Kort na de gemeenteraadsverkiezingen kondigde Forum voor Democratie aan een meldpunt voor linkse indoctrinatie in te stellen. De boodschap van de partij? Het onderwijs is niet neutraal genoeg. De aankondiging deed een hoop stof opwaaien. De discussie over de ideologische lading van onderwijs blijkt mensen te raken. Arnout, Kevin en Jorinde vroegen zich af welke ideeën hieraan ten grondslag liggen en analyseerden opiniestukken en berichten op sociale media van het afgelopen jaar. Want wat willen en geloven mensen eigenlijk als het gaat om neutraal onderwijs?

Het is eind maart 2019. Thierry Baudet houdt zijn veelbesproken overwinningsspeech tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Daarin stelt hij dat o.a. dat onze samenleving (‘wij’) wordt ‘kapotgemaakt’ en ‘ondermijnd’, onder andere door ‘onze universiteiten’ (maar ook door de media). Kort daarna kondigt Forum voor Democratie aan een speciaal meldpunt in te stellen. De partij is het zat dat leraren op school ’een te eenzijdig links perspectief verspreiden en wil zo de omvang van dit probleem in kaart te brengen.’ Via een speciaal emailadres kunnen leerlingen zelf voorbeelden melden die ze op school tegenkomen. De aankondiging zorgt voor korte, maar hevige ophef op internet. In de drie dagen erna volgen zo’n 10.000 berichten op sociale media en in online nieuwsmedia.

Respectloos, bizar en walgelijk

De aankondiging wordt ‘respectloos’ genoemd (UvA) en ‘bizar’ (Rutte, VVD), ‘vrij bizar’ (RUG), een ‘moderne schandpaal’ (Slob, CU), ‘walgelijk’ (Heerema, VVD). Een groep van 200 wetenschappers, docenten en onderzoekers van Nederlandse Universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten laat in een open brief weten ‘verontrust en gealarmeerd’ te zijn over de recente activiteiten en uitspraken van de partijleider van Forum voor Democratie.

Veelkleurigheid is een kracht

De VO-raad komt met een verklaring waarin ze benadrukt dat er ruimte is om vanuit een eigen overtuiging invulling te geven aan het onderwijs. Die veelkleurigheid is een kracht, vindt de VO-raad, omdat het leerlingen en ouders wat te kiezen geeft. Zolang een docent geen meningen neerzet als feiten en leerlingen blijft uitdagen tot kritisch onderzoek, is er volgens de VO-raad geen probleem.

Privacy

Ten minste één leraar – de Arnhemse mbo-docent Tommy Derksen - meldt zich als vorm van protest spontaan zelf bij het meldpunt. Veel reageerders benadrukken dat het meldpunt ervoor zal zorgen dat andersdenkenden in het onderwijs zich niet meer durven te uiten. Maar vooral over het idee dat leerlingen worden aangespoord om filmpjes in de klas te maken, vallen veel mensen. Zo wordt de privacy van de leraar en de leerlingen immers geschonden.

Forum van Democratie spreekt er schande van dat ze wordt beticht van ‘klikken’. Immers, de partij roept nergens op tot het maken van filmpjes en foto’s en legt geen bestand aan met namen. De partijleden willen slechts 'wetenschappelijk onderzoek doen naar de politieke en ideologische neutraliteit van het middelbaar en hoger onderwijs' in Nederland. Van het schenden van de privacy is volgens Forum zelf geenszins sprake.

Stop linkse indoctrinatie

Het Instagram-account Stop linkse indoctrinatie, De afbeelding bovenaan dit artikel is een screenshot van deze Instagram-pagina.waar een vwo-scholier filmpjes en foto’s als ‘bewijslast’ van die vermaarde indoctrinatie deelt, ziet Forum als een van de initiatieven in de samenleving waaruit ‘steun’ blijkt voor haar meldpunt. Dat dit account (net als de Facebook-pagina ‘Stop Linkse indoctrinatie op universiteiten’) al eerder dan het FvD-meldpunt het licht zag en toen bovendien ook al de nodige media-aandacht kreeg (Hart van Nederland, Telegraaf), laat de partij verder onbelicht. En ook andere andere politici van PVV en VVD waren in het verleden bezig met vergelijkbare ideeën.

Is er een zekere mate van consensus over de onwenselijkheid van te veel indoctrinatie in het onderwijs?

Stilte na de storm

Na een stortvloed aan berichten, tv-debatten en krantenartikelen lijkt de wind over te waaien en wordt het weer net zo stil als voor de aankondiging. Op 11 april legt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) contact met Forum. Het meldpunt schendt mogelijk de privacy van leraren en leerlingen, zo geeft AP aan. Op 17 april besluit Forum daarom de ‘inventarisatie’ op te schorten, om eerst aan te kunnen tonen dat het meldpunt voorziet in een maatschappelijke behoefte.

Bekijken we de ophef over het meldpunt door de oogharen, dan vallen vooral ethische en principiële bezwaren over zaken als privacy en vrijheid van meningsuiting van voor- en tegenstanders op. Aandacht voor de inhoudelijke casus die het meldpunt adresseert lijkt minder groot. Betekent dit dat er een zekere mate van consensus is over de principiële onwenselijkheid van te veel linkse (maar ook rechtse) indoctrinatie in het onderwijs zoals Forum voor Democratie bepleit? En verschilt men slechts in de manier waarop voor- en tegenstanders dit willen bereiken?

Wat is neutraal onderwijs?

Het meldpunt is een tijdelijk onderdeel van een veel bredere discussie. Al aan het einde van de negentiende eeuw werden bepaalde scholen gezien als ‘links bolwerk’. Het ideaal van indoctrinatie-vrij onderwijs gaat niet alleen over linkse en rechtse ideologieën, maar ook over godsdienst en levensbeschouwing. We laten het meldpunt van Forum voor Democratie daarom even links liggen en analyseren opiniestukken uit (online versies van) kranten en online nieuwsmedia en berichten op sociale media in het afgelopen halfjaar. Want wat willen en geloven mensen eigenlijk als het gaat om ‘neutraal onderwijs’?

Keuzevrijheid

Het eerste wat opvalt in veel opiniestukken, is dat mensen waarde hechten aan keuzevrijheid. Indoctrinatie is te voorkomen als kinderen maar zelf kunnen kiezen waarin ze geloven, zo is het idee. In een opiniestuk in de Leeuwarder Courant staat bijvoorbeeld het volgende:

“Op school zit je behalve om kennis te vergaren en vaardigheden te verwerven ook om te leren nadenken over de verschillen tussen mensen, hun godsdiensten, hun meningen en hun conflicten, zodat je als je groot bent in alle vrijheid je keuzes kunt maken.”

En journalist Erdal Balci schrijft in HP / De Tijd:

“Voor de christelijke kinderen is religieus onderwijs een inbreuk op het mensenrecht om in de loop der jaren zelf uit te kunnen maken tot welk individu ze willen uitgroeien.”

Opvoeding en persoonsvorming

Dit haakt in op een ander heikel punt: de rol die de school heeft in de opvoeding van leerlingen. Voorstanders van ‘neutraal’, openbaar onderwijs vinden vaak ook dat de school zich zo weinig mogelijk moet branden aan de persoonsvorming van kinderen. Ze propageren een strikte scheiding van onderwijs en levensbeschouwing:

“Docenten, blijf bij je eigen vak. En als je boos en gefrustreerd bent over je eigen christelijke opvoeding of als je de neiging hebt om een atheïstische kruistocht te beginnen, doe dat vooral in je vrije tijd, maar belast ons leerlingen er niet mee.” (Trouw, 27 november 2018)

“Het spreekt voor zich dat basisscholen mogen onderwijzen over de wereldgodsdiensten en het humanisme, maar thuis of via privé-onderwijs kan kinderen het geloof dan wel de levensovertuiging van de ouders bijgebracht worden.” (De Volkskrant, 14 maart 2019)

“Scholen indoctrineren onze kinderen met de complete linkse agenda, elke dag weer: massa-immigratie is een verrijking, islamisering is prima, Al Gore is een held. Leer ze lezen en rekenen. Maar vooral, leer ze HOE te denken ipv WAT te denken.” (Twitter; Harm Beertema, 30 december 2018)

Neutrale docenten

De ‘opvoedende’ rol van de school heeft ook te maken met de positie van de leraar. Zo zien we tweets van ouders die zich beklagen over de manier waarop de leraren van hun kinderen zich uiten. Dit gaat vooral over politieke overtuiging, die je volgens deze Twitter-gebruikers als leraar niet zo expliciet zou mogen delen:

“Zoon 9 Jr komt thuis. Gesprek wordt politiek. Zegt Wilders doet bv niet wat hij beloofd. Ik zeg wie zegt dat? De juf. Alsof onze premier zijn neus nog nooit gegroeid is en om over de rest maar te zwijgen. School dient neutraal te zijn. Geen inmenging in politiek gedachtengoed!” (S. Janssen, 25 mei 2019)

“Ben klaar met links onderwijs. Onderwijs moet neutraal zijn. De 2de keer dat mijn zoon thuis komt met verhaal dat leraar zegt dat Trump slecht persoon is en niks SNAPT van politiek en economie en een racist is Heb een gesprek aangevraagd. Ben benieuwd hoe directie gaat reageren” (De Nederlandse Trump, 31 januari 2019)

Veel van de berichten die we analyseerden, delen de mening van Baudet en Forum voor Democratie: onderwijs moet ‘neutraal’ zijn, maar is dat nu vaak niet (genoeg). Maar er is ook een tegengeluid. Zo staat in het Reformatorisch Dagblad:

“Een openbare school is evenmin neutraal als een reformatorische. Seculier onderwijs is geen vanzelfsprekendheid, ook al sluit dat aan bij de levensbeschouwing van het grootste deel van de bevolking. Maar in hoeverre blijft er voor andersdenkenden ruimte om hun kinderen naar een school te sturen die aansluit bij de waarden die hun thuis worden bijgebracht?”

Zo draait het Reformatorisch Dagblad het perspectief om: kinderen dwingen om op een seculiere school onderwijs te krijgen, is een beperking van de vrijheid van religieuze gezinnen. Daarnaast is het niet vanzelfsprekend dat scholen geen opvoedkundige taak hebben, zoals de schrijver van dit opiniestuk in de Leeuwarder Courant stelt:

“Onderwijs is nooit neutraal en scholen hebben wel degelijk een opvoedkundige taak. […] [Daarbij] speelt het waardenpatroon van de opvoeder mee. Thuis zijn dat de ouders en op school de docenten.”

Geen waardevrij, maar waardevol onderwijs

In onze analyse zien we drie argumenten vóór neutraal onderwijs steeds terugkeren. (1) Kinderen moeten zelf kunnen kiezen waar ze in geloven, (2) het is de taak van de ouders – niet van de school – om kinderen op te voeden en (3) leraren horen niet hun persoonlijke mening met kinderen te delen. Maar aan die argumenten lijkt in het slechtste geval een aantal denkfouten ten grondslag te liggen. In het beste geval roepen ze vragen op.  

Ook vrijheden kennen beperking

Leerlingen die zelfstandig beslissen waar ze in geloven, dat is het liberale ideaal. Maar hoe vergaand mag die keuze zijn? Dat wordt door voorstanders van ‘neutraal’ onderwijs niet altijd expliciet gemaakt. Kiezen om op de PVV te stemmen is één ding, kiezen om jihadist te worden is iets heel anders. Het hebben van een keuze hoort bij onze grondrechten: onze vrijheid van godsdienst, levensbeschouwing en meningsuiting. Maar in de context van de school (en ook daarbuiten) kent die vrijheid beperkingen.

Logischerwijs betekent ‘neutraal’-zijn niet dat een leraar kinderen toestaat om anderen pijn te doen op basis van iets dat ze geloven. Net zoals we in de rest van de samenleving de vrijheid van mensen beperken door middel van wetten en regels, zal een school dat ook moeten doen. Daarnaast is het nog maar de vraag of kinderen in hun keuzevrijheid beperkt worden wanneer een docent zijn of haar overtuigingen met de klas deelt. Een docent kan aan de klas vertellen dat hij het niet eens is met de ideeën van Geert Wilders of Donald Trump. Maar zelfs als de onderwijzer niet ‘neutraal’ is, betekent dat niet dat de leerling automatisch geïndoctrineerd wordt.

Invloed van docent is relatief

Natuurlijk is het belangrijk dat docenten zich er bewust van zijn dat ze (net als ouders) een autoriteitspositie hebben en dat het ongetwijfeld indruk maakt op kinderen wanneer ze continu één kant van het verhaal te horen krijgen. Maar zo lang er in de les en buiten de school ruimte is voor andere perspectieven, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat de leerlingen gedwongen worden om in één ideologie te geloven. De levensbeschouwing van mensen komt niet alleen voort uit lessen op school. Om daar verregaande invloed op uit te oefenen zou je totale controle moeten hebben over elk aspect van iemands leven. Het feit dat veel jongvolwassenen anders tegen de wereld aankijken dan hun ouders of leraren (en zich daar vaak zelfs tegen verzetten), laat zien dat in onze samenleving niemand een dergelijk monopolie heeft.

Toch vinden veel voorstanders van ‘neutraal’ onderwijs dat de school teveel doet aan persoonsvorming. Maar als het onderwijs niet aan persoonsvorming mag doen, dan zal de school drastisch van vorm moeten veranderen. Je kunt immers geen groepen van 20 tot 30 kinderen hele dagen opsluiten in betonnen gebouwen zonder enige vorm van macht over ze uit te oefenen.

Zie in dit kader een eerder artikel van Kevin, waarin hij betoogt dat de werking van een school tegenstrijdig is met het idee van neutraliteit.Alleen al om effectief les te kunnen geven, zijn er tal van regels (en daarmee bepaalde waarden) die een leraar oplegt aan de leerlingen. En wat te denken van ethische kwesties zoals pesten? Hoe kun je kinderen leren elkaar respectvol te behandelen zonder bij te dragen aan hun persoonsvorming?

Een goede vraag is niet óf een leraar waarden moet overbrengen, maar wélke dat zouden moeten zijn.

Als leraar breng je je leerlingen voortdurend bepaalde waarden bij. Dat betekent niet dat een leraar moet voorschrijven op welke partijen leerlingen later moeten stemmen, of dat een positieve opvatting over de EU onderdeel moet zijn van het lesprogramma. Echter, de middelen die scholen hebben om leerlingen echt te indoctrineren in deze maatschappij alsook daadwerkelijk ‘neutraal’ te zijn, worden overschat. Wat scholen doen, ligt ergens tussen totale neutraliteit en totale indoctrinatie in: ze drukken noodzakelijkerwijs een stempel op het leven en denken van leerlingen, maar hebben nooit volledige controle over hen.

Relatie school, kind en ouders als sociaal contract

In die zin is de relatie tussen een ouder en de school een sociaal contract, net als de relatie van iedere burger tot de samenleving. Het idee hierachter is dat elke burger bij zijn of haar geboorte een impliciet contract heeft afgesloten met de samenleving: dit zijn de rechten en plichten die je hebt, puur omdat je in die samenleving geboren bent. Het lastige hieraan is dat het niet letterlijk contracten zijn. Er staat niets op papier – het zijn impliciete aannames waar niemand ooit een handtekening onder heeft gezet. Als ouder moet je dus accepteren dat je in feite een deel van de opvoeding van je kind uit handen geeft aan een docent c.q. school. Daarbij is het je goed recht als ouder om in protest te gaan als je kind op school leert dat Thierry Baudet een racist is. Maar als ouders hun kinderen leren dat slaan een goede manier is om conflicten op te lossen, moet je daar als docent ook iets van kunnen zeggen.

Verwachtingen vastleggen en periodiek bespreken

Op scholen zou zo’n sociaal contract juist wel expliciet gemaakt kunnen en moeten worden. Als een kind voor het eerst naar school gaat, is dat hét moment om verwachtingen te delen en afspraken te maken tussen school, kind en ouder. Wie is waar verantwoordelijk voor? Welke waarden brengt de docent bij? En hoe wordt ervoor gezorgd dat het kind de ruimte krijgt om zelf kritisch na te denken? Bij oudergesprekken kunnen die afspraken weer besproken worden, om in de gaten te houden of iedereen zich eraan houdt. Zo wordt de – relatieve – neutraliteit van het onderwijs een gedeelde verantwoordelijkheid van school én ouders.

Maar écht neutraal wordt een school nooit

Daarom is het belangrijk om kritisch te blijven over de rol van de leraar in de vorming van kinderen, maar niet alleen op de leraar. Samen met ouders hebben docenten een verantwoordelijkheid om kinderen een breed perspectief op de wereld te bieden, binnen de perken van wat in de samenleving acceptabel wordt gevonden. Maar écht neutraal? Dat zal het onderwijs niet worden. Een goede vraag is dus niet óf een leraar bepaalde waarden moet overbrengen op kinderen, maar wélke dat zouden moeten zijn. Hier scherp op zijn en dit expliciet maken, is de meest constructieve manier om over bijgebrachte waarden in het onderwijs te praten.

 

Geschreven door

Arnout Ponsioen

partner A:N+NE - Zwolle - antropoloog en nieuwe media

Kevin Willemsen

onderzoeker – analyseert online netwerken, kwalitatief en kwantitatief

Jorinde Bosma

multimediaal redacteur – generalist – programmamaker Tussenruimte

Inspiratie over Onderwijs en Ontwikkelen?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.