Met je tas vol boeken kom je ’s ochtends aan op het schoolplein. Om vijf over acht gaat de eerste bel, het teken dat je je klaslokaal op moet zoeken. Om tien over acht dien je binnen te zijn. Ben je te laat, dan haal je een briefje bij de conciërge en meld je je de volgende dag vroeger dan normaal, om zeker te weten dat je op tijd bent. Twee keer een briefje halen betekent corvee. Eenmaal in de les dien je te luisteren naar de leraar. Als je iets wilt zeggen, dan steek je eerst je hand op. Vijftig minuten daarna gaat weer een bel, dan heb je ongeveer vijf minuten om het volgende lokaal op te zoeken. Na nog twee van deze lessen is het twintig minuten pauze, daarna nog twee lessen, dertig minuten pauze, dan nog maximaal drie lessen. Daarna mag je naar huis, om te werken aan je huiswerk voor de volgende dag.

De ideologische positie van de school

Tot zover mijn eigen herinneringen aan de disciplinerende maatregelen van de middelbare school. Ik noem ze omdat de werking van de school onder vuur ligt. Daarmee bedoel ik niet specifiek mijn school, maar het hele ‘instituut’ school. Leraren zouden schuldig zijn aan ‘linkse indoctrinatie’ en artikel 23 in de wet zou zorgen voor radicale scholen die leerlingen lesgeven volgens een ideologie die haaks staat op die van onze samenleving. Hieruit lijkt een streven te ontstaan naar de school als een ‘neutrale’ plek voor kinderen.

De professionaliteit van de leraar zou neutraliteit waarborgen, ongeacht zijn of haar eigen ideologie

Zo roept Samira Bouchibti in De Volkskrant op tot ‘geloof- en ideologievrije basisscholen’: plekken waar kinderen ‘elkaar kunnen ontmoeten in een neutrale omgeving’. Joris Kurk van de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer wordt geciteerd in een ander Volkskrant-artikel (over het meldpunt linkse indoctrinatie) waarin hij stelt: ‘we doen niet anders dan de leerlingen een spiegel voorhouden over hun eigen voorkeur. We mogen wel wat meer vertrouwen hebben in de beroepsgroep.’ Ook hij lijkt te geloven in neutraal onderwijs, of in ieder geval onderwijs waarbij leerlingen uiteindelijk zelf kiezen wat ze geloven. De professionaliteit van de leraar zou deze neutraliteit waarborgen, ongeacht zijn of haar eigen ideologie.

De geboorte van de school

Volgens mij is het tegenstrijdig om te geloven in de neutraliteit van de school. Om dat uit te leggen, helpt het om het ontstaan en de werking van de school als instituut te bekijken vanuit de blik van filosoof Michel Foucault. Hij beschreef hoe moderne instituten als de gevangenis, de psychiatrische inrichting en de school ongeveer gelijktijdig ontstonden met de industriële revolutie.Zie bijvoorbeeld 'Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis' uit 1975.De Zuid-Afrikaanse geleerde Roger Deacon beschrijft, in navolging van Foucault, hoe de school aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw nog moest concurreren met bijvoorbeeld het gildestelsel en de parochie. De school bleek echter, net als instituties als de gevangenis, veel beter in het disciplineren van de (groeiende) bevolking en werd dominant.

We vinden het niet erg om gedisciplineerd te worden, want het draagt bij aan de doelen van de school

Bij die disciplinerende werking speelde ook een rol dat het idee ontstond dat de school kan zorgen voor de ‘ontwikkeling van het lichaam en de geest van kinderen, en de verbetering van morele attitudes en gedrag’ (Deacon, 2006). Dat wil zeggen: om een constructief instrument te zijn voor de maatschappij. De school als ‘pedagogische machine’ is daarmee een mal om kinderen zo te vormen dat ze optimaal benut kunnen worden door de samenleving.

Discipline in de hedendaagse school

Ik begon dit verhaal met een herinnering aan de middelbare school, waar ik tot 9 jaar geleden naartoe ging. Die school is ongetwijfeld heel anders dan een school in 1850. We hebben de neiging te zeggen dat scholen losser zijn geworden. Sommigen vinden ze zelfs té los en stellen dat leerlingen weer meer respect voor de leraar moeten krijgen. Maar door droog de regels en manieren van de school op een rijtje te zetten, zie je toch nog steeds de disciplinerende werking. Beslag doen op de tijd van leerlingen is daarvan een belangrijk onderdeel: je tijd is niet van jezelf, maar van de school. Hetzelfde geldt overigens voor leraren, die niet de scepter zwaaien over het onderwijs, maar zich onderwerpen aan hetzelfde systeem.

Dit klinkt misschien heel totalitair, maar dat valt wel mee. Het punt is namelijk dat de meesten zich niet herkennen in mijn beschrijving van de school, waaronder ikzelf. We snappen allemaal dat het handig is dat kinderen ergens op een bepaalde tijd zijn en dat er een bepaalde mate van orde is in een klaslokaal. We vinden het niet erg om gedisciplineerd te worden, want het draagt bij aan de doelen van de school die Deacon beschrijft.

Ik hoop echter dat het duidelijk is dat dit het tegenovergestelde is van neutraliteit. De school is er niet om kinderen de mogelijkheid te geven zelf te kiezen wat ze denken en doen. Waarom zou je ze anders hele dagen opsluiten in stenen gebouwen? Het idee is juist dat kinderen duidelijke, onwrikbare kaders voorgeschoteld krijgen, die ervoor zorgen dat ze zich ontwikkelen op een manier die behulpzaam is voor de samenleving.

Wat is het nu precies dat mensen van de school verwachten? 

De toekomst van de school

Natuurlijk neemt dat niet weg dat verandering mogelijk is in het onderwijs. Kinderen kunnen namelijk gedisciplineerd worden om volgens allerlei verschillende ideologieën te denken en te handelen. De school is daarbij ook wel een deel van zijn hegemonie kwijt: kinderen in een gebouw stoppen betekent nu veel minder dan vroeger dat ze geen invloeden van buiten meekrijgen (denk aan de invloed van smartphones). Misschien dat deels door deze grotere openheid van de school het idee is ontstaan dat de school een neutrale plek zou moeten worden.

Volgens mij gaat dat tegen de logische werking van de school in. Een beetje alsof je een geweer probeert om te bouwen om mensen niet neer te schieten, maar juist te genezen. ‘Linkse indoctrinatie’ kun je alleen vervangen door een andersoortige indoctrinatie, en Bijbelse leer alleen door een net zo ideologisch geladen visie. Het roept bij mij wel de vraag op wat het nu precies is dat mensen van de school verwachten. Waarom willen we eigenlijk een neutrale school? Of zeggen we dat, maar willen we eigenlijk iets anders? En welke vorm zou dat krijgen? De komende tijd zal ik dat samen met mijn collega’s bij EMMA verder onderzoeken.

Geschreven door

Kevin Willemsen

onderzoeker – analyseert online netwerken, kwalitatief en kwantitatief

Inspiratie over Onderwijs en Ontwikkelen?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.