Het betrekken van mensen en organisaties bij maatschappelijke verandering is noodzakelijk. Participatie zorgt voor meer draagvlak, meer acceptatie en dus betere en duurzamere resultaten. Daar is eigenlijk iedereen het wel over eens. Alleen: lukt het ons om echt iedereen te betrekken? En zo nee, waarom eigenlijk niet? Jasper Wegman neemt ons mee langs vijf modellen die je kan gebruiken om het stille midden te bereiken, bijvoorbeeld bij de energietransitie.

Nederland staat voor grote maatschappelijke transities. Gemeenten zijn bijvoorbeeld volop bezig met de energietransitie.  Een onderdeel daarvan is de transitievisie warmte, waarin gemeenten aangeven wat de alternatieven voor aardgas zijn. Welke wijken moeten wanneer aardgasvrij gemaakt worden en op welke manier? Uiterlijk eind 2021 moeten deze transitievisies af zijn.

In deze visies stellen gemeenten op wijkniveau een uitvoeringsplan op. Hierin is vastgelegd wat de toekomstige energie en warmtevoorziening voor de betreffende buurt gaat worden.

De betrokkenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen is hierbij van groot belang. Zonder meedenken geen duurzaam resultaat.  Maar wie betrekt wie, wanneer en op welke manier?

Wat ik zie is dat we vaak dezelfde groepen mensen bereiken: óf de mensen die tijd en interesse hebben, óf de mensen die fel tegen zijn. Dat komt ook omdat vaak dezelfde participatiemiddelen worden ingezet: inloopavonden (online, offline), deskundigen aan het woord, geeltjes plakken en enquêtes. Het wij-zij denken tussen deze groepen vindt dan al snel plaats.

Beyond participatie

Hoe komen we uit dit wij-zij denken? Hoe betrekken we het stille midden? Andere doelgroepen? Mensen met bijvoorbeeld een andere kijk, invalshoek, levensovertuiging, ervaring, of leeftijd? Wat is daar allemaal voor nodig? 

Hieronder beschrijf ik vijf veelgebruikte en bewezen modellen en methoden, die toegepast kunnen worden om het stille midden te bereiken. Ze versterken elkaar en kunnen ook naast elkaar gebruikt worden. Het geeft een theoretisch kader en handvatten om andere groepen te bereiken. De overeenkomst is dat het altijd draait om de volgende kernwaarden:

Betrekken – Verbinden - Activeren 

Vijf theoretische kaders:

1. Model van Bart Brandsma over polarisatie. 

Bart Brandsma ontwikkelde een denkkader over polarisatie en hoe daarmee om te gaan. ‘Polarisatie is wezenlijk anders dan een conflict.’ 

Hoe kan je het stille midden betrekken? Hoe kan jij dat aanpakken? En hoe brengen we dialoog tot stand? 

Zijn conclusies: 

  1. Het midden versterken, niet de polen bestrijden 
  2. Niet voor of tegen, het echte vraagstuk vinden 
  3. Geloofwaardig en kwetsbaar in het midden 
  4. Het oordeel opschorten, een milde toon 

Vragen die hierbij helpen zijn: 
Welke rol kun je pakken? Hoe vul je die effectief in? En hoe krijg je deze middengroep beter in beeld? Daar waar we altijd op zoek zijn naar goede voorbeelden (en dus vaak alleen met de koplopers in contact komen)  vraagt het gepolariseerde veld om een andere benadering dan we gewend zijn. 

Hoe pas je het model van Bart Brandsma toe? 

  • Verander van doelgroep: Richt je niet op de verschillende polen. Dit versterkt alleen maar het wij-zij denken. Dus zoek voor je communicatie, inloopavonden etc. andere doelgroepen die je wilt bereiken. Betrek deze bij de organisatie. 
  • Verander van onderwerp: What’s in it for me. Welke thema’s, voordelen, informatie is voor de doelgroep belangrijk? Richt je dus op een ander publiek met andere wensen. 
  • Verander van positie: Wakker je het wij-zij denken alleen maar aan? Wat is jouw rol? Ben je informatieverschaffer, beslisser of facilitator. Neem een andere houding. Luister. Betrek de ander bij het verhaal. 
  • Verander van toon: Gebruik andere woorden, andere vormen van communicatie 

2. Menselijke waarden: onderzoek van de Universiteit Groningen naar publieksparticipatie bij de RES. 

Goda Perlaviciute (psychologe) en Lorenzo Squintaini (jurist) zijn werkzaam als onderzoekers bij de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zoomen in op publieksparticipatie bij de RES. Wat weten we eigenlijk van publieksparticipatie? 

Squintani legt uit dat participatie bestaat in allerlei soorten en maten: je kunt mensen aanhoren en er vervolgens niets mee doen, dat noemen we ‘fake participation’. Het is een gevaarlijke vorm van participatie en kan juist leiden tot meer weerstand. Participatie vormgeven is secuur werk. Het is van belang om er rekening mee te houden dat mensen verschillende kernwaarden hebben. Vier soorten kernwaarden zijn te onderscheiden: 

  1. Altruïstische kernwaarden (anderen); 
  2. Biospherische kernwaarden (natuur); 
  3. Egoïstische kernwaarden (eigen bronnen); 
  4. Hedonische kernwaarden (comfort). 

Het is belangrijk in het participatietraject deze vier soorten kernwaarden te onderkennen en erop aan te sluiten. Ook hebben sommige groepen meer begeleiding nodig of andere voorwaarden om deel te kunnen nemen aan het gesprek. Het vraagt aandacht en inspanning om het speelveld gelijk te maken, zodat iedereen tot z’n recht kan komen. In de communicatie is het van belang je bewust te zijn aan welke kernwaarden je appelleert. 

In de praktijk zijn de volgende stappen belangrijk: 

  1. Betrek mensen vanaf het begin bij het proces: zodat zij écht nog invloed hebben op de eindbeslissing 
  2. Analyseer welke menselijke kernwaarden een rol spelen bij het participatieproces; 
  3. Analyseer welke menselijke kernwaarden in gedrang of conflict zijn; 
  4. Ga met elkaar in gesprek over mogelijke oplossingen of compromissen. 

3. Onderzoek van Eva Wolf, auteur en bestuurskundige 

In het onderzoek en boek van Eva Wolf, de waarde van weerstand, concludeert zij dat we niet moeten weglopen voor het conflict. Juist het andere geluid voegt iets toe. Wat begint met een positief inhoudelijk conflict, eindigt met persoonlijk wantrouwen. Het relationele conflict, waarbij er geen dialoog meer is. We zien bij de energietransitie steeds dezelfde plaatjes met dezelfde doelgroepen. Juist die andere foto’s, met bijvoorbeeld boze inwoners, zouden we moeten gebruiken om andere doelgroepen en andersdenkenden aan te spreken. Vandaaruit is er meer ruimte voor de nuancering en dus het stille midden.

Praktische tips: 

  • Richt je met communicatie-uitingen op alle geluiden die er zijn 
  • Betrek iedereen in een vroeg stadium 
  • Ga het “conflict” aan, dus organiseer juist avonden met verschillende inhoudelijke   standpunten 
  • Betrek in je communicatie ook de nuance, dus niet alleen de tegenstellingen 


4. Community Ontwikkeling geïnspireerd door het gedachtengoed van ABCD (Asset Based Community Development) methode 

Hierbij staan de capaciteiten van inwoners centraal, niet de problemen.
In de ABCD-aanpak gaat het om ‘wat mensen kunnen’. Dát is de basis van duurzame community building. ”Focus on what’s strong, not what’s wrong’ is de kern van ABCD.

Hierbij ga je op zoek naar de kracht en capaciteiten van mensen in de lokale gemeenschap. Je maakt zichtbaar wat er in de buurt aan overvloed aanwezig is: verborgen krachten, talenten, kennis, bronnen. Centraal staat het opbouwen van sociale relaties en het bouwen van sterke gemeenschappen en informele netwerken die open staan voor iedereen. Het gaat om wat mensen zelf willen en kunnen, en wat zij als gemeenschap voor elkaar kunnen krijgen. ABCD is géén methode of stappenplan. Het heeft vele toepassingen en volgt de eigenheid, het ritme en het tempo van een dorp of wijk. Daardoor ontstaat er acceptatie, erkenning en draagvlak. 

5. Deep Democracy methode. Een stappenplan om alle meningen mee te nemen. 

Een denkwijze én praktische methode die zorgt dat we echt goede gesprekken kunnen voeren, waarin vrijmoedig wordt gesproken en openhartig wordt geluisterd. Hierdoor gaan we conflicten aan in plaats van ze onder water te laten groeien en kunnen we de beste besluiten nemen, inclusief, omdat de wijsheid van meerderheid én minderheid erin wordt meegenomen.

Praktische toepassing: 

In grote en kleine bijeenkomsten doorloop je met elkaar een aantal stappen. Het doel is om écht naar elkaar te luisteren en zo besluiten duurzamer te maken.  

Bij Deep Democracy doorlopen we 5 stappen: 

Stap 1: alle invalshoeken verzamelen 
  • Uitnodiging: geef je mening, idee of invalshoek 
  • Houding: niet oordelen, luisteren, doorvragen, echte interesse, open, neutraal, ruimte creëren 
Stap 2: alternatieven zoeken 
  • Wie heeft een ander gezichtspunt? 
  • Welke kant van de zaak is nog niet aan de orde geweest? 
  • Welke relevante zaken hebben we nog niet aan bod gehad? 
Stap 3: ondersteuning voor afwijkende meningen 
  • Wie herkent dit? 
  • Wie heeft een vergelijkbaar idee of gevoel?  
  • Stemmen over de geformuleerde voorstellen 
  • Unanieme meerderheid? Dan gaan we het uitvoeren 
  • Verdeeldheid: iedereen mag goed en helder voor het ‘eigen’ idee lobbyen 
Stap 4: van minderheid naar meerderheid 
  • We besluiten wat de meerderheid wil, en voegen de wijsheid van de minderheid toe
  • Erken bij mensen met een ander standpunt: ‘Niet fijn dat je niet ‘krijgt’. Vraag hen: wat heb je nodig om mee te gaan met het meerderheidsbesluit?’ 
Stap 5: onderstroom 
  • Wat speelt zich af onder de waterlijn? 
  • Boven tafel krijgen wat het ‘niet gevoerde gesprek is’
  • Voer het ‘niet gevoerde gesprek (wat mag er niet zijn)

Conclusie:

Participatie is nodig om besluiten effectief te laten zijn. Maar: dat is helaas niet eenvoudig. De uitdaging is om bovenstaande methoden in de praktijk te laten zien. Hoe breng je bovenstaande dus echt ten uitvoering?  Naast Betrekken – Verbinden – Activeren heb je ook nog eens Leiderschap en lef nodig. De enige manier om met jouw opgave verder te komen, is om te experimenteren en te doen. Durf richting te bepalen en andere manieren uit te proberen. Probeer eens andere middelen en activiteiten en kijk welke aanslaan. Wie durft? 
 

Fotografie

Patrick van den Hurk

fotograaf - interviews - portretten

Inspiratie over Klimaat en Energie?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.