Begin deze week werd duidelijk dat de zorgsector te maken heeft met een zorgwekkend hoog ziekteverzuim en verloop. Nog nooit hebben er zoveel professionals zich ziek gemeld en hebben zoveel mensen hun baan in de zorg opgezegd als in 2018. De werkdruk en regellast is ziekmakend hoog. Toch wel heel wrang voor een sector die mensen juist beter moet maken.

EY presenteerde op 3 september 2019 de resultaten van de Barometer Nederlandse Gezondheidszorg. Uit het rapport blijkt dat in 2018 het verzuim in de zorg is gestegen naar een ‘recordhoogte’ van 5,9 procent. Het verloop nam vorig jaar toe tot 15,7 procent en komt daarmee uit op ‘hoogste niveau sinds jaren’. Als belangrijkste oorzaken worden de werkdruk en de administratieve regeldruk genoemd.

Nu is dat op zich geen nieuw gegeven. Diverse studies toonden al eerder aan dat de werkdruk en regellast in de zorgsector (te) hoog zijn. De zogeheten Zonnebloemuren, uren waarin medewerkers in hun eigen tijd hulp bieden aan cliënt zijn inmiddels een bekend fenomeen in de (thuis)zorg. Voor medewerkers is de maat nu vol. Zij pikken het – overigens terecht - niet langer dat zij onder deze omstandigheden moeten werken. Zelfs de jeugdzorgmedewerkers staakten deze week. Voor het eerst in de geschiedenis! Drastische maatregelen zijn nodig om de zorgsector weer beter te maken.

Waardering

Op de eerste plaats zijn betere arbeidsomstandigheden noodzakelijk om de sector weer aantrekkelijk te maken voor het aantrekken en behoud van zorgprofessionals. Een betere salariëring als blijk van waardering voor het zware – maar ook mooie – werk dat professionals in de zorg verrichten. Hoe bizar is dan ook de brandbrief die Ad Melkert van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen eind augustus stuurde naar minister Bruins. In deze brief stelt hij dat de gevraagde loonsverhogingen juist tot ontslagen van ziekenhuispersoneel zullen leiden. Dit terwijl ieder ‘hand aan het bed’ hard nodig is om goede zorg te kunnen blijven bieden.

Nu is een hoger salaris niet hét tovermiddel om de werkdruk in de zorg op te lossen. Er zijn nu eenmaal te weinig mensen om de toenemende vraag naar zorg adequaat te kunnen opvangen. De sector zal dan ook in al zijn geledingen sterk moeten inzetten op technologische innovaties. En op haar HR-beleid rond duurzame inzetbaarheid. Zorgaanbieders kunnen veel meer doen om hun medewerkers gezond en gemotiveerd aan het werk te houden. Daar is nu te weinig aandacht voor.

Kloof tussen werkvloer en kantoor 

Goed leiderschap is bijvoorbeeld een punt waaraan veel meer prioriteit moet worden toegekend. Zorgmedewerkers voelen zich vaak niet gezien en gehoord door de leiding. Er is onvoldoende oog voor de extra inzet die zorgmedewerkers plegen om de roosters toch maar rond te krijgen. Dat zij openstaande diensten en ziekmeldingen steeds opvangen binnen het eigen team wordt haast als vanzelfsprekend beschouwd. Men heeft het idee opgeslokt te worden door het werk. Ook privé. Niet alleen de direct leidinggevenden zien dit niet, het betreft ook het management en bestuur. Er is veelal sprake van een kloof tussen de werkvloer en ‘zij van kantoor’.

Reduceren of preventie?

In onze projecten op het terrein van vakmanschap en duurzame inzetbaarheid merken we daarnaast dat de focus binnen HR vooral ligt op het reduceren van het ziekteverzuim. Niet het voorkomen daarvan. Zorgaanbieders beschikken niet altijd over voldoende adequate voorzieningen om de fysieke en psychische belasting van zorgmedewerkers te verminderen dan wel tegen te gaan. En als zorgaanbieders dergelijke voorzieningen wel in huis hebben, worden deze te weinig benut door medewerkers. Omdat zij geen weet hebben van deze mogelijkheden. Of omdat zij ‘eigenwijs’ zijn en toch snel even iemand tillen zonder daarbij gebruik te maken van tilmateriaal. Belangrijke aanknopingspunten voor preventie zijn gezond roosteren, systematische en herhaaldelijke communicatie over voorzieningen en gezond werkgedrag, en een cultuurverandering ten aanzien van zaken als pauzeren en ‘verkeerd tillen’. Dit laatste moet binnen een team niet getolereerd worden.

Laat teams zelf aan de slag gaan

De sleutel tot een succesvol HR-beleid ligt, volgens ons, bij de teams. Een one-size-fits-all aanpak gaat niet werken. Collectieve aanpakken rond duurzame inzetbaarheid hebben doorgaans weinig impact op teams. Ieder team kent namelijk zo zijn eigen knelpunten, valkuilen, eigenaardigheden, gebruiksaanwijzing en ingesleten patronen. Bovendien ontlenen zorgmedewerkers een groot deel van hun werkplezier aan de directe collega’s. Zij klaren immers iedere dag ‘de klus’.

Ons advies is dan ook: ga in teamverband aan de slag. Laat teams zelf werken aan hun duurzame inzetbaarheid en zorg dat leidinggevenden met medewerkers hierover de dialoog aangaan. Binnen teams moet ruimte zijn om het gesprek te voeren: waar gaat het bij ons mis en wat kunnen we daaraan doen? Welke spelregels stellen we op ten aanzien van overwerk en verlof? Ook moet er aandacht zijn voor het versterken van de mentale weerbaarheid van het team als geheel. Waar trekken wij de grens, wanneer zeggen we nee en op welke wijze trekken we, als team,  één lijn? Wat kunnen we wel en niet aan zorg verlenen?

Zorgaanbieders zijn aan zet

Helaas bestaat er geen eenvoudige remedie tegen de hoge werkdruk in de zorgsector. Er is heel wat meer nodig dan een pilletje om de zorgsector weer op te lappen. Het vraagt de inzet van zowel werkgevers, zorgverzekeraars en overheid, als van werknemers. Maar de zorgaanbieders zijn aan zet, zij moeten echt werk gaan maken van hun HR-beleid. Duurzame inzetbaarheid moet binnen organisaties hoog op de agenda staan. Anders overleeft de sector de eerstvolgende griepepidemie niet. 
 

Geschreven door

Mary van den Wijngaart

betrokken gezondheidswetenschapper - maakt chocola van informatie

Ferdi van Wersch

duurzame inzetbaarheid – onderzoek, advies en implementatie

Inspiratie over Zorg en Samenleven?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.