Maarten van Ham - hoogleraar stedelijke vernieuwing aan de TU Delft - is blij verrast met de uitkomsten van het AD-buurtonderzoek: Nederlanders zijn erg tevreden over de eigen woonomgeving. 'De cijfers over veiligheid zijn opvallend hoog en ook het contact met de buren wordt hoger gewaardeerd dan ik had verwacht. Ik kan niet anders dan concluderen dat het eigenlijk ongelofelijk goed gaat'. Dit lijkt in te gaan tegen de huidige tijdgeest. Toch zijn de resultaten goed te verklaren door een onderscheid te maken tussen dichtbij en veraf, nu en later.

De resultaten van het AD-onderzoek staan in schril contrast met de toon van het andere grote buurtonderzoek, die van de NRC. Hierin voert angst de boventoon. Angst om je baan te verliezen, angst om in de toekomst geen toegang te hebben tot goede zorg en angst voor het verlies van de Nederlandse cultuur. Tegelijkertijd laat ook het NRC-onderzoek zien dat mensen tevreden zijn over het hier en nu:

'Natuurlijk hadden ze problemen. Ze konden ziek zijn, of net ontslagen of gescheiden. Maar op de vraag of hun eigen leven er in vergelijking met tien jaar geleden op voor- of achteruit is gegaan, antwoordde bijna de helft dat hun leven er (sterk) op vooruit was gegaan. 6,5 procent vond het er sterk op achteruitgegaan.'

Het verschil in waardering van de eigen huidige situatie (het hier en nu) en de staat van de (toekomstige) samenleving, laat zich treffend typeren door een inmiddels 15 jaar oude stelling van Paul Schnabel: “Met mij gaat alles goed, maar met ons gaat het slecht”. Schnabel constateert dat er een schril contrast is tussen somberheid over de toekomst van de Nederlandse samenleving en het oordeel dat mensen geven over hun eigen privé-omgeving. Destijds gaf maar liefst 81 procent van de bevolking aan tevreden of buitengewoon tevreden te zijn over hun eigen leven. Over de toekomst van de samenleving, en de stand van de samenleving in den brede, was ook destijds de toon een stuk kritischer.

Het gepercipieerde onderscheid tussen dichtbij en ver weg, nu en straks, wordt voor een belangrijk deel verklaard door de manier waarop mensen tot hun opvattingen komen. Gaat het om de eigen omgeving en (in mindere mate) over de huidige tijd, dan vertrouwen mensen op hun eigen waarnemingen. Voor de vorming van opvattingen over de samenleving als geheel, niet-nabije plekken of de toekomst, is het onvermijdelijk dat mensen uitgaan van ‘tweedehands’ informatie. Bijvoorbeeld uit de (sociale) media of van kennissen, collega’s en vrienden.

'Geheel tegen de tijdgeest in, zijn we al jaren buitengewoon tevreden over onze directe leefomgeving'

Het wordt interessant wanneer we vervolgens kijken op basis van welke informatie en opvattingen mensen handelen. Bijvoorbeeld bij verkiezingen. Doen ze dit op de eerstehands informatie die ze hebben over hun directe eigen omgeving? Of handelen ze juist op basis van informatie (en daaruit voortvloeiende opvattingen) die ze niet met eigen ogen kunnen verifiëren? Een blik op de Nederlandse peilingen, of de Amerikaanse presidentskandidaten, zegt voldoende.

We zien deze dynamiek ook regelmatig terugkomen in het onderzoek van EMMA. Zie bijvoorbeeld de volgende projecten/onderzoeken:

Geschreven door

Ton Baetens

partner - historicus - bestuurskundige & tegendraads

Jan Maessen

politicoloog - resultaatgedreven - partner EMMA

Inspiratie over Stad en Land?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.