De complottheorie werd aangejaagd door centrale figuren uit het QAnon-gedachtegoed, onder andere via YouTube en Telegramkanalen. Ze waren boos over de vermeende satanisch-pedoseksuele praktijken, ontevreden over de aanpak van de coronapandemie en er heerste een algemeen anti-overheidssentiment.
Lokale autoriteiten stonden voor de opgave om tegen de uitwassen van de complottheorie op te treden. In het boek Bloemen op de begraafplaats trekken EMMA’s Hans Moors en Linda de Veen samen met onderzoekers Marnix Eysink Smeets en Marius Koelink lessen uit de gebeurtenissen. Ze reconstrueerden de aanpak die lokaal bestuur, politie en Openbaar Ministerie van 2020 tot 2023 (met een kleine uitloop naar 2024) ‘op de tast’ ontwikkelden en uitvoerden.
Bloemen op de begraafplaats | een greep uit de lessen:
- We moeten anders gaan kijken naar mensen die slachtoffer worden van complottheorieën. Formeel is misschien sprake van smaad en laster, maar in de praktijk hebben de bedreigingen en intimidaties meer weg van een ernstig geweldsdelict.
- Duidelijk komt naar voren hoe kwetsbaar we in onze samenleving zijn geworden voor desinformatie. En hoe belangrijk het is om mensen en hun grieven serieus te nemen en in gesprek te blijven.
- Complottheorieën ontwikkelen als een rizoom: geleidelijk, onder de oppervlakte, weids vertakt, om dan plots, in specifieke omstandigheden ‘bovengronds’ te ontpoppen. Er zitten daarom altijd verbanden en patronen achter de signalen, die op uiteenlopende plekken bij verschillende organisaties kunnen binnenkomen.
- Er is niet één perfecte reactie op complottheorieën. Wel zijn zachte waarden als moreel leiderschap, empathie en ‘op het randje durven lopen’ daarbij krachtige ingrediënten.
Benieuwd wat we verder kunnen leren van de zaak Bodegraven? Download Bloemen op de begraafplaats hieronder als PDF.