Bestaat neutraal onderwijs? En zo ja, hoe ziet dat er dan uit? Mag je als docent je mening geven, of moet je dat juist voorkomen? EMMA laat in een serie portretten zien hoe leraren zelf daarover denken en mee omgaan. Lucelle Deneer, vo-leraar van het Jaar en docent Maatschappijleer op het Christelijk College Groevenbeek in Ermelo, vertelt hoe zij dat ziet.

“Je kunt nooit voor 100 procent neutraal zijn in de klas. Je neemt namelijk altijd wel iets van jezelf mee de klas in. Ik heb een hele strenge Surinaamse opvoeding gehad en daardoor merk ik dat ik in de klas ook vrij streng ben. Mijn vader was een strenge basisschoolleraar in Suriname, maar tegelijk geliefd bij collega’s en leerlingen, omdat ze wisten dat hij echt voor hen ging. Dus ja, ook ik neem normen en waarden mee de klas in. Al zijn die normen en waarden natuurlijk wel aangepast aan de Nederlandse cultuur.

Je neemt altijd wel iets van jezelf mee de klas in

Veilig in de klas

Leren debatteren is een belangrijk onderdeel van het vak maatschappijleer. Maar je kunt pas met je leerlingen debatteren, als het veilig is in de klas. Daarom doe ik dat nooit in de eerste periode van het schooljaar, als leerlingen nog aan elkaar moeten wennen. Ook maak ik duidelijke afspraken met de klas. Zo gelden voor een debat dezelfde omgangsvormen als in de klas: elkaar laten uitspreken, respect hebben voor iemands mening, enzovoort. En verder hou ik als leraar de leerlingen goed in de gaten. Als ik aan hun lichaamshouding zie dat ze zich gekwetst voelen, vraag ik om een time-out. Dan bespreken we eerst wat er is gebeurd en hoe dat voorkomen had kunnen worden. Ik laat leerlingen zien dat het hebben van een mening belangrijk is, maar dat het soms ook nodig is die op een bepaalde manier te formuleren om anderen niet te kwetsen. Ook laat ik zien dat excuses maken geen vorm van zwakte is, maar juist van sterkte.

Positie in debat

Als ik met leerlingen debatteer, moeten zij zich in beide kanten kunnen verplaatsen. In eerste instantie kenden leerlingen deze vorm van debatteren nog niet. Voor hen was het niets meer dan de ander overtuigen van hun eigen gelijk. Toen ik ging aanwijzen wie er in het debat voor en tegen een standpunt moest zijn, verweten sommige leerlingen mij niet neutraal te zijn. Ze dachten dat zij vanwege mijn mening tegen Zwarte Piet moesten zijn. Dat was een stukje onduidelijkheid van mijn kant; ik dacht dat deze debatvorm bekend was. In leerjaar 4 moeten ze immers ook volgens deze vorm bij het vak Nederlands debatteren. Dat zegt dus niets over je eigen mening.

Politiek actief

Op andere gebieden stel ik mij weleens te neutraal op. Zo ben ik pas politiek actief geworden toen leerlingen mij erop wezen dat ik altijd roep dat stemmen heel belangrijk is, maar niet liet weten of ik dat zelf ook deed. Ik dacht toen: chips, dat is waar ook. Ik laat merken dat het belangrijk is dat je je stem moet horen, maar als er een leuke film is dan laat ik dat stemmen weleens zitten. Om die reden ben ik de politiek ingegaan. Overigens heb ik toen ook mijn lessen moeten bijstellen. Tot die tijd heb ik altijd gezegd: er zijn twee vragen waarop je zeker geen antwoord hoeft te geven. Dat zijn: waar stem je op en ben je van plan snel kinderen te krijgen? Maar als je politiek actief bent en je verkiesbaar bent, kom je ook volop in het nieuws. Dat lezen de leerlingen ook, ze weten dus voor welke partij ik actief ben. Uiteraard voorkom ik wel dat ik het in de klas alleen over die partij heb.

Slavernijverleden

Ik ben afgestudeerd in het slavernijverleden, maar ik merk wel dat ouders gepikeerd zijn als ik als getinte leerkracht dat onderdeel in de klas behandel. Ouders zeggen dan dat het vaak helemaal niet zo erg is, als ik het voorstel. Of ze betwisten of het wel of niet in de klas behandeld moet worden, terwijl het gewoon lesstof is. Dat heeft ook te maken met het feit dat dit onderdeel vaak wordt weggelaten in methoden of einddoelen. Het lijkt dan net of dat deel van onze geschiedenis wordt ontkend en dat het bij de gratie van de leraar wel of niet wordt behandeld.

Voor mij is de slavernij niet alleen een deel van mijn historisch verleden, maar ook van de autochtone Nederlander. Als dit ook als zodanig in de lesstof van leraren in opleiding staat, begrijpt een basisschooldirecteur ook waarom het volledig ongepast is om tijdens Koningsdag alle leerlingen verplicht het lied Piet Heijn te laten zingen. Ik heb dan ook heel veel respect voor mijn geschiedenisleraar die destijds de stof over de slavernij met schaamrood op de kaken behandelde, alsof hij er zelf schuldig aan was, terwijl hij er toch ook niets aan kon doen. Van hem heb ik geleerd om bij een ongemakkelijke lessenserie goed te kijken hoe leerlingen reageren. Of ze zich wel op hun gemak voelen of emotioneel worden als je bepaalde lesstof behandelt. Zo doe ik het nu ook.”

Geschreven door

Marguerite de Ruijter

geboren redacteur – goede, snelle pen en to the point, bevlogen storyteller, gedegen projectleider

Inspiratie over Onderwijs en Ontwikkelen?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.