Uitdaging: pak een willekeurige beleidsvisie van een afdeling van een ministerie voor je, en neem een shotje wodka elke keer dat je het woord ‘innovatie’ tegenkomt. Hoogstwaarschijnlijk lig je binnen een mum van tijd op de grond.

Innovatie, volgens de Van Dale een ‘invoering van een nieuwigheid’, is belangrijk. Aan de lopende band worden dan ook nieuwigheden ingevoerd. Niet elk nieuwtje wordt echter een innovatie genoemd; we verwachten verbetering door de nieuwigheid. Bij overheden, bedrijven en kennisinstellingen is innovatie een tovermiddel om problemen op te lossen die onoplosbaar zijn. Of om goed voorbereid een onvoorspelbare toekomst tegemoet te gaan. En daarom moet het te allen tijde ‘gestimuleerd’, ‘ondersteund’ en ‘opgeschaald’ worden.

'Bij overheden, bedrijven en kennisinstellingen is innovatie een tovermiddel om problemen op te lossen die onoplosbaar zijn'

Een kernwaarde van de wetenschap is daarom dat waardevrije innovatie mogelijk moet zijn. Als wetenschappers bij prille innovaties al rekening moeten houden met de mogelijke impact van het bedenksel, staat dat innovatie in de weg. Neem de 3D-printer, waarmee het mogelijk is een do-it-yourself pistool te maken. Dat er onder andere wapens mee gemaakt kunnen worden, is geen reden het ontwikkelproces te stoppen. Er kunnen immers ook heel goede dingen mee gemaakt worden, zoals kunstmatige botten.

Toch is er een beweging tegen deze onvoorwaardelijke innovatie. Dat heet ‘maatschappelijk verantwoord innoveren’ (MVI). Dit betekent dat al zo vroeg mogelijk, bij de ontwikkeling van een innovatieve technologie, wordt nagedacht over de maatschappelijke impact. De NWO heeft hier zelfs een onderzoeksprogramma voor ontwikkeld, NWO-MVI. Op vrijdag 10 juni was er een bijeenkomst over MVI in Amsterdam, waar ik aanwezig was samen met mijn collega Judith.

'Gebeurt dit niet, dan is de kans groot dat die mooie innovatie nooit van de grond komt. En dat is zonde van tijd en geld'

Verschillende sprekers op de conferentie, zoals Jeroen van den Hoven (TU Delft) en Peter-Paul Verbeek (TU Twente), lieten zien dat een vroege maatschappelijke betrokkenheid bij innovatie van belang is. Enerzijds stelden ze dat vanuit een ethisch perspectief: innovators moeten met de mensen om tafel die uiteindelijk de impact van hun uitvinding ervaren. Misschien nog wel belangrijker is dat een heel slimme innovatie kan falen als niet genoeg rekening is gehouden met de belangen van diezelfde mensen (de stakeholders). Het Elektronisch Patiëntendossier werd bijvoorbeeld aangehaald: vanuit medisch perspectief heel slim en praktisch bedacht, maar uiteindelijk ten onder gegaan door gebrek aan privacybeschermende maatregelen.

Dit principe geldt niet alleen voor innovaties die in instituten en laboratoria worden bedacht. Ook als een overheid, bedrijf of stichting ‘een nieuwigheid wil invoeren’ moet goed nagedacht worden. Met wie krijgen ze te maken bij de invoering? Vervolgens moeten deze mensen betrokken worden bij de ontwikkeling. Niet alleen door hen als klankbord te gebruiken, maar door hun input in het design op te nemen. Gebeurt dit niet, dan is de kans groot dat die mooie innovatie nooit van de grond komt. En dat is zonde van tijd en geld.

Geschreven door

Kevin Willemsen

onderzoeker – analyseert online netwerken, kwalitatief en kwantitatief

Inspiratie over Onderwijs en Ontwikkelen?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.