‘Stel je even voor: het is dinsdagmiddag, je werkt thuis. Een onbekende man spreekt je aan voor je huis: of je even gezellig thee wil drinken? Of hem kan helpen met een huis kopen? Of je kan helpen met zijn telefoon? In één minuut tijd antwoord je zo vaak en goed mogelijk nee. Je hebt er een slecht gevoel over en vraagt je buurman een oogje in het zeil te houden. En terecht: ’s avonds struint dezelfde man weer voor je deur.’

Dit is geen introductie van een slechte horrorfilm. Voor collega Nicole Bouman was dit haar realiteit de afgelopen dagen. In deze longread beschrijft ze op huiveringwekkende manier wat er zich afspeelde tussen haar en de verwarde man. En hoe dit kat-en-muis-spel tussen de man, haar en de politie een afspiegeling is van de problemen in onze rechtstaat. Want hoe vaak ze ook aanklopt bij de politie, dit tot een goed einde brengen blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe loopt dit af?

Dinsdagavond, 22.00 uur

‘Je besluit de politie te bellen om melding te maken. Gewoon voor het geval dat, en omdat burgers toch vaak de ogen en oren van de politie zijn. We komen samen tot de conclusie dat dit misschien een slechte babbeltruc is. Gerustgesteld blijf je achter en maak je nog een grapje dat je hem de volgende keer opsluit in je huis en dan 112 belt: boef gevangen. Staat genoteerd.

Woensdagavond, 21.00 uur

De volgende avond hoor je harde bonzen op de deur. ’s Avonds laat bij thuiskomt vind je buurvrouw een briefje op de deurmat: met een naam, telefoonnummer en de vraag of er iets tussen is gekomen. Van de man.

Wat denk je nu? Misschien een slechte versierpoging. Kan iedereen overkomen, dus je besluit het even te laten, maar whatsappt voor de zekerheid de agent die je melding in behandeling nam. ’s-ochtends zwaaide de beste man nog even vriendelijk naar je, terwijl hij door de ramen gluurde. Dus je besluit weer te melden. Gewoon voor het geval dat. Staat genoteerd.

Donderdagnacht, 00:00 uur

Je buurvrouw appt je in paniek dat er een man voor haar deur staat. Belt al tien minuten aan, bonst daarna tien minuten op de deur omdat hij geluid hoort achter de voordeur. De beste man blijkt op zoek naar jou, hij weet nét iets te veel over jou. Hoe je eruitziet, waar je sport, dat je single bent, dat soort dingen. Informatie die je alleen kan hebben als je iemand een tijd zou volgen. Ben je al bang?

Je buurvrouw is in paniek, dus je besluit zelf de politie te bellen. Weer het 0900-nummer, want de politie heeft het druk genoeg en de beste man is alweer weg. Je doet je verhaal. Staat genoteerd.

Vrijdag

De volgende dag neemt dezelfde agent contact met je op wanneer zijn dienst begint. Conclusie: dit is geen slechte babbeltruc, maar iets persoonlijks. Heb je al het gevoel dat je in een slechte film beland bent?

Deze agent zet alles op alles. Kent de wijk op z’n duimpje. En bovendien: hij heeft mensenkennis. Deze agent heeft snel door dat je je niet zomaar laat afschepen, niet op je achterhoofd gevallen bent, dat je als criminologe wel iets weet van politie en justitie. En hij is boven alles eerlijk en duidelijk. De situatie neemt escalerende vormen aan. We moeten ons zorgen maken. De agent doet alles wat hij zo’n moment kan en moet doen als agent. Hij probeert het 06-nummer van het briefje te traceren, vindt een naam, duikt dieper in de dossiers van de beste man. Dat baart nog meer zorgen. Zorgen die de agent eerlijk met je deelt. De agent besluit je adres "onder afspraak" te zetten: de eerste keer dat je de beste man ziet, hij aan je deur staat of iets anders, dan bel je 112. Als je 112 belt weten ze meteen wat er aan de hand is, en komt de politie meteen. Je hoort het al: deze agent verdient een schouderklopje, een lintje of op z’n minst complimenten van de korpschef.

Het horrorscenario is inmiddels werkelijkheid geworden: je wordt gestalkt door een onbekende, psychisch verwarde man die je nog nooit gezien of gesproken hebt tot drie dagen eerder. Thuis voel je je niet meer veilig, op straat ook niet. Deze man weet dingen van je die je niet bij toeval kan weten. Hij is een man zonder bekende woon- of verblijfplaats, dus niemand weet waar hij is. Daardoor sta je de hele tijd "aan" thuis hobbel je maar wat in het rond, houd je de straat in de gaten en je schrikt van het minste of geringste geluid dat je hoort. De politie kan weinig doen behalve wachten tot het weer misgaat. Als je de man ziet op straat, voor je deur staat of iets anders, dan bel je meteen in 112.

Zaterdagmiddag 15.30 uur

Het is zo ver: de beste man staat weer voor je deur en hij belt tot vier keer toe aan. Je besluit 112 te bellen. De vrouw van de meldkamer stuurt een politiewagen; ze weet immers meteen waar het omgaat als je huis "onder afspraak" staat. Ondertussen duik je weg achter het dressoir. Ineengekropen whatsapp je al je vrienden, buurtgenoten en iedereen die je maar kan bedenken met de boodschap: ‘Hij staat weer voor de deur, hij belt aan, gaat niet weg. Ik ben bang’.

Je buren doen wat goede buren doen. Ze besluiten op hun eigen manier allemaal te helpen, zelfs vanuit de auto onderweg naar Friesland. In alle paniek besluit je het toch veilig te houden voor iedereen: spreek hem maar niet aan, je weet immers niet hoe verwarde drugsgebruikers reageren. We wachten op jullie, de politie. Dat duurt uren voor je gevoel, in de praktijk misschien iets van 20 minuten. Tot zover je huis ‘onder afspraak’. Staat genoteerd.

Zaterdagmiddag 16.00 uur

Het grote moment is daar: de politie is er, verwarde man is er, jij bent er. Tijd voor de oplossing en het zenuwslopende einde. Of niet? De politie stapt binnen met de boodschap dat ze weten dat er meldingen gemaakt zijn, maar dat ze niet de tijd hadden om ze te lezen. Begrijpelijk. Ze waren iets later dan gepland, want er was ook een woninginbraak gemeld, misschien nét iets spannender. Hoe nu verder? De politie vraagt je een "stopgesprek" te voeren: een gesprek waarbij jij zelf als slachtoffer duidelijk aangeeft dat je niet meer wil dat de beste man contact met je zoekt.

Bijzonder, wanneer je zelf nooit echt contact gehad hebt gehad of gezocht met de beste man. Maar het concept is begrijpelijk: misschien komt de boodschap beter aan als je het zelf brengt. Waarom hij mij had uitgekozen? ‘Toen ik jou zag, vielen alle puzzelstukjes op z’n plaats’, zegt hij. Hoewel je hoopt dat er ooit een man komt die dat zegt en met wie je oud en gelukkig kan worden, is dat liever niet deze psychisch verward en verslaafde man. Met het stopgesprek lijkt de kous af te zijn voor de politie. Pas als het opnieuw uit de hand loopt, kan je aangifte doen. De politie vertelt je dat aangifte doen veel tijd en moeite kost, nog niet direct nodig is en we beter kunnen wachten tot het nog een keer uit de hand loopt.'

Pardon?

Je voelt het misschien al aankomen: dit was mijn week. Een week die me zeker ook als criminologe aan het denken zet. De feiten op een rijtje: in vijf dagen tijd ben ik zeven keer benaderd door een voor mij totaal onbekende, psychisch verwarde man. De escalerende schaal zag ik ook: van een onschuldig praatje naar net iets te vaak aanbellen of op de deur bonzen. Voor je deur staan, hangen en wachten, en je buurvrouw tot drie keer toe rond middernacht vragen tóch even de deur open te doen, om zeker te zijn dat jij het niet bent. Dat eeuwige door de ramen gekoekeloer. Ook gezien eerdere incidenten, zijn toestand en de escalerende factor allemaal reden voor een aangifte. De vraag is niet óf ik aangifte wil of zou moeten doen, maar wanneer. Toch wordt tot twee keer toe geadviseerd dat (nog) niet te doen, notabene door de politie zelf. Maar je besluit voet bij stuk te houden. Voor je eigen veiligheid.

Als je graag een land wil met burgers die de oren en ogen van de politie zijn, kom je er niet mee weg om niet elke melding serieus te nemen en af te handelen

Les of vraag 1: Hoe eerlijk zijn de zijn criminaliteitscijfers?

Dit is geen aanval of wijzende vinger naar de politie(agenten). Misschien kunnen we er samen wél iets van leren. Het is niet de eerste keer dat ik moet lullen als brugman om toch aangifte te mogen doen. Het motiveert niet – in tegendeel. In mijn tijd als leidinggevende van een winkel, moest ik bij een winkeldiefstal soms echt m’n best doen om aangifte te mogen doen. Niet de spannendste zaken, maar ook zaken die wanneer je ze wél meldt en aangeeft, een eerlijker en duidelijk beeld geven van criminaliteitscijfers in Nederland. Zie het als een burgerplicht. De criminaliteitscijfers dalen al jaren, maar als politiemensen adviseren geen aangifte te doen omdat dat het wel heel veel tijd en moeite kost, snap ik best dat we een eigen schijnveiligheid ook als politie zijnde bevestigen. Als je graag een land wil met burgers die de oren en ogen van de politie moeten zijn, kom je er niet mee weg om niet elke melding serieus te nemen en af te handelen. En realiseer je: en zullen situaties zijn waarbij je een dader ook echt kan helpen. Een verwarde man met psychische problemen gaat misschien juist hulp krijgen op het moment dat je meldingen tijdig genoeg serieus neemt en serieus afhandelt.

Mijn onderzoekshart gaat hier bijna – hoe cru ook – sneller van kloppen. Inmiddels ben ik heel nieuwsgierig hoe vaak politiemensen benoemen dat een aangifte wel erg veel tijd en moeite kost, sommige dingen niet "aangiftewaardig zijn" (maar wel een strafbaar feit of misdrijf), en ga zo maar even door. Zelf heb ik dat inmiddels al een paar keer meegemaakt. Voordat we belanden in de standaard capaciteitsdiscussie, waarbij het verhaal is dat de politie echt meer geld, inzet en middelen nodig heeft: dat staat niet ter discussie hier. Het is de boodschap én houding van een agent die telt.

Les of vraag 2: Kunnen we niet vaker voorkomen dat het misgaat?

Ik maak me zorgen. Een winkeldiefstal is niet zo spannend, mijn afgelopen weken (helaas) wel. Gelukkig was ik na al m’n winkelboevenpraktijken al een beetje ervaren en bouwde al vrij snel mijn eigen dossier: alles melden, foto’s maken en een eigen logboek bijhouden. Klein buurtonderzoekje doen, de hele buurt alert maken. De aangifte kan ik inmiddels bijna zelf schrijven. Hoeveel mensen zijn er in vergelijkbare situaties zonder deze kennis of ervaring of proactieve houding? Mensen die niet voet bij stuk houden en geen aangifte doen omdat ze geadviseerd worden te wachten tot het weer misgaat? Zijn dit niet de slechte verhalen uit de krant waarbij het ‘onverwachts’ soms toch mis blijkt te gaan?

Op woensdag – een week later – sprak ik opnieuw een agent. Nadat ik de politie had gebeld om te melden dat de beste man nog steeds rondhing in m’n buurt, vroeg ik maar gewoon hardop aan te telefoon of ik dan écht moet wachten tot het gruwelijk misgaat. Of ik niet zo’n geval ga worden waar de politie later op terugblikt en concludeert dat ze een "professionele inschattingsfout" hebben gemaakt. Als ik het niet ben, vindt hij vast iemand anders; dat blijkt immers uit eerdere incidenten. Dat was blijkbaar toch nog nét genoeg om terug gebeld te worden door de wijkagent. Kan iemand me uitleggen hoe dit zit, of waar dit misgaat?

Over twee weken kan ik aangifte doen. Staat genoteerd.

Zondag tot en met donderdag

De afgelopen dagen hing de man nog steeds rond in je straat en stond hij steeds naar binnen te gluren. Wat kan je doen? Het eeuwige riedeltje van ‘staat genoteerd’ demotiveert enorm om te melden. De manier waarop je steeds wordt afgescheept spreekt boekdelen. Bij het maken van de melding vraag je je soms hardop af of dit de gevallen zijn waarover de krant schrijft dat de politie een verkeerde professionele inschatting had gemaakt. Moet je echt wachten tot jou iets overkomt? Of een willekeurige andere vrouw?

Donderdagmiddag, 14.00 uur

Een wonder. De agent die het lintje verdient blijkt zijn collega’s in te hebben gelicht, met de vraag of zij actief een oogje in het zeil kunnen houden. Een van zijn betrokken collega’s staat op de stoep. Kent het verhaal, kent de verdachte en voor het eerst sinds vorige week dinsdag weet je het zeker: deze agent is zeker genoeg om te zorgen dat dit niet weer gaat eindigen in een GGZ-onderzoek. De beste man wordt aangehouden. Niet veel later zit je urenlang op het bureau om aangifte te doen. Als een blij kind die een verjaardagscadeau heeft gekregen.’ 

Les of vraag 3: waar zijn de écht betrokken politiemensen, met hart voor hun vak?

De afgelopen anderhalve week leerde ik dat er twee soorten politieagenten zijn: politiemensen met een hart voor hun vak en een andere categorie, waar ik geen naam voor kan bedenken. Toevallig pikte een écht betrokken politieman mijn melding op, ging daar (ook achter de schermen) mee aan de slag en dat lijkt mijn redding te zijn geweest. Bedenk je wel dat ik in de tussentijd – ook tijdens de 112-melding van afgelopen zaterdag – een totaal andere ervaring heb gehad. Politieagenten of centralisten die verkeerde inschattingen maken, minder slimme dingen zeggen of adviseren om simpelweg alleen ‘staat genoteerd’ zeggen zonder zich enigszins te verdiepen in een dossier. En bedenk je als onwetende lezer: een huis staat niet zomaar onder afspraak, dat zou reden genoeg moeten zijn voor aangifte. Hoe kan het dan, zo’n wereld van verschil tussen agenten? De agenten met hart voor de zaak lijken schaars. Dezelfde agenten zijn verbaasd wanneer ik hen vertel hoe notabene hun eigen collega’s tot dan toe gereageerd hebben.

Leefde ik nog lang en gelukkig?

Helaas. Op vrijdagmiddag rond 15.00 uur lever ik een USB-stick in vol met beeldmateriaal zoals foto’s en screenshots, maar de keuze blijkt al gemaakt te zijn op basis van een incomplete bewijslast. De verdachte blijkt rond dezelfde tijd weggestuurd te zijn door gebrek aan bewijs. Bijzonder. De betrokken politiemensen bellen me persoonlijk op, dat ze geschrokken zijn. Niemand, noch politieagenten noch rechercheurs, hadden verwacht dat deze man zo makkelijk heen gezonden zou worden op basis van de bewijslast. Bewijslast die op moment van wegsturen nog ingezien moest worden. Kan iemand me uitleggen waar het misging? De politie en officier van justitie blijven de zaak onderzoeken, in de hoop uiteindelijk een nieuwe aanhouding te gelasten. In de tussentijd zijn mijn buurt en ik daar niet mee geholpen. Thuis ben ik niet meer en als ik er al ben, waggel ik wat heen en weer, en kan ik me niet focussen of ontspannen.

Hoe dit afloopt?

Geen idee. Mijn empathische hart is inmiddels ook weer wakker geworden. De beste man is een verwarde man die middelen gebruikt en heel dringend hulp kan gebruiken. En dat gun ik hem ook, nog meer hulp dan hem nu wordt aangereikt. Uiteindelijk werd de beste man afgevoerd met de ambulance voor een GGZ-onderzoek, maar stond de volgende ochtend weer doodleuk door m’n ramen naar binnen te gluren. Deze man is nét niet gek genoeg om gedwongen opgenomen te worden omdat hij geen acuut gevaar is. Eigenlijk is hij iemand die tussen wal en schip valt. En gek genoeg, dat gun ik mezelf én hem niet.

In de tussentijd ben ik weer terug bij af. Dus lieve, lieve burgemeester Aboutaleb, wilt u alsjeblieft mijn stalker helpen?

 

Geschreven door

Nicole Bouman

criminologe - vliegende alleskunner

Inspiratie over Veiligheid en Criminaliteit?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.