Zie de energietransitie als overheid niet als de vraag hoe je zonder (te) veel kleerscheuren de overstap op zon en wind voor elkaar krijgt. Maar zie de energietransitie als onderdeel van een sociaaleconomische uitdaging waarin goed georganiseerde, zelfbewuste burgers een sleutelrol kunnen spelen. En dat het kan, bewijst Wind A16 in Zuidwest-Brabant.

Er is weliswaar nog geen molen geplaatst, maar toch lijkt Wind A16 nu al een wenkende aanpak. Dat is vooral te danken aan het goede samenspel tussen (provinciale) overheid en burgers. Met een overheid die echt lijkt te luisteren naar bewoners en op basis daarvan beleid maakt, aanpast en uitvoert. En een groep burgers die zich, in het bijzonder in Moerdijk, goed organiseert, assertief opstelt en een sociaaleconomische agenda voert waarin de energietransitie een rol, maar niet de hoofdrol speelt.

Dit was de conclusie van discussieprogramma Bij EMMA op 15 mei j.l. Aan tafel: Erik Bruggink - de projectleider van de provincie Brabant, die zorgt dat er 28 windmolens langs de A16 in Brabant komen, Boris Hocks – adviseur van Generation.Energy, dat de impact van de energietransitie tastbaar maakt met het zogenoemde Energiespel, Michael Daamen - oprichter van gemeenschapscoöperatie Energiek Moerdijk en Jonneke Stans, partner EMMA en adviseur op het gebied van energietransitie. Tafelheer was journalist Bas Mesters. In de zaal een mix van geëngageerde burgers, beleidsmakers en adviseurs.

6z7a2655

Moerdijk, en andere gemeenten in de omgeving, heeft te maken met krimpende kernen en heeft moeite om de gemeenschapsvoorzieningen (winkels, sportclubs, scholen, etc.) op niveau te houden. Maar het heeft ook ruimte. En dat biedt kansen.

Drie inzichten sprongen in het oog:

  • Verbind de ruimtelijke-/energieopgave met lokale issues. Laat de opbrengsten van de molens (deels) ten goede komen aan de eigen, lokale energiebehoefte en -besparing. En aan investeringen in de plaatselijke leefbaarheid en sociale cohesie. Veralgemeniseerd kun je stellen dat het buitengebied met de energietransitie ineens een enorme troef in handen heeft: ruimte. En die asset kan worden ingezet om het buitengebied leefbaar te maken.
  • Maak de transitie lokaal tastbaar. Windmolens moeten niet draaien voor een anoniem energiebedrijf, ook niet voor een (relatief anonieme) energiecorporatie, maar voor de lokale gemeenschap. In het eigen gebied wordt de energie opgewekt voor de eigen gemeenschap. Zoals Michael Daamen zegt: ‘Eigen varkens stinken niet.’ 
  • Maatwerk op lokaal niveau. Het is moeilijk om dit type samenspel tussen overheid en samenleving te standaardiseren. Er is niet één succesformule. Uiteindelijk komt het neer op mensen. Op persoonlijk engagement. Ambtenaren die op een andere manier plannen willen vormgeven. Burgers die het initiatief willen nemen. En die twee moeten zich dan ook nog in elkaars positie kunnen verplaatsen en elkaar zo vinden. 

Is de werkwijze bij Wind A16 geschikt voor andere plekken in Nederland? Zorgen burgerorganisaties zoals in Moerdijk op deze manier voor een paradigmashift? Is dit de manier waarop de energietransitie samen kan en moet? Toont zich hier de responsieve overheid in de actieve samenleving?

EMMA, dat de afgelopen periode advies- en communicatiewerk rond Wind A16 deed in opdracht van de provincie Brabant, komt hier binnenkort op terug met eigen onderzoek. Direct meer weten? Dan is dit symposium op 30 mei a.s. mogelijk interessant. 

Terugluisteren?

Luister hier de podcast van de bijeenkomst terug, of download 'm hier.

67a2544

Zoals Michael Daamen zegt: ‘Eigen varkens stinken niet.'

Geschreven door

Eduard van Holst Pellekaan

journalist – bladenmaker & websitebedenker

Jan Maessen

politicoloog - resultaatgedreven - partner EMMA

Inspiratie over Klimaat en Energie?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.