‘Werk thuis waar mogelijk’. Dat was iets meer dan drie weken geleden de oproep van het kabinet. En daaraan geven we inmiddels massaal gehoor. Met alle gevolgen van dien: de Skypes, ZOOMs, Microsoft Teams, Webex- en Jits.si-sessies zijn niet meer te tellen. Een ongekende zoektocht naar digitale manieren om ons werk zo goed mogelijk door te laten gaan. Maar als het om interactie en participatie gaat, hoe zorg je er dan voor dat je de juiste tool gebruikt? En wat doe je dan? EMMA deelt zijn ervaringen.

online dialoog

In onze dagelijkse praktijk werken we al jarenlang voor overheden die stevige ambities hebben om meer “samen te werken met de samenleving”. Om samen beleid te ontwikkelen. Vraagstukken op te lossen. Dat doen we bijvoorbeeld rondom grote opgaven als een RES, omgevingswet, of de komst van een windpark of zonneweide. En op kleinere schaal als het om het samen opstellen van dorps-/wijkbudgetten gaat, of de komst van een MFA, of de aanleg van een nieuw sportterrein.

In onze praktijk van de afgelopen jaren beginnen dergelijke “gesprekken” met de samenleving vrijwel altijd in offline omgevingen. Een avondbijeenkomst op een passende locatie, in het dorpshuis bijvoorbeeld. Of, als het om ruimtelijke vraagstukken gaat, in een net herbestemd “stukje erfgoed.” Of “gewoon” in het zaaltje op het gemeentehuis. De mens is een sociaal wezen. En dat uiten we het liefst als we elkaar in de ogen kunnen kijken.

Maar sinds drie weken zijn deze offline bijeenkomsten niet langer toegestaan. En zijn we samen allerhande digitale alternatieven aan het uitwerken. Welke vragen moet je stellen om hierbij het geschikte online middel te kiezen? We noemen er twee.

Eerst: wil je zenden, peilen of dialoog?

Een eerste vraag die je moet beantwoorden is wat je met de beoogde interactie wilt bereiken. Ruwweg zou je die doelen kunnen onderverdelen in een drieslag. Allereerst: de behoefte aan digitale vormen om te kunnen zenden (als alternatief voor een inloopavond). Ten tweede de behoefte om daadwerkelijk online in dialoog te gaan (als alternatief voor een focusgroep of paneldiscussie). Of, ten derde, om meningen te peilen (als alternatief voor het afnemen van een interview of enquête). Drie verschillende doelen die – doorgaans-  ook andere online tools vragen.

Vervolgens: synchroon of a-synchroon?

In de afgelopen weken liep het storm op verschillende video-platforms. En werd er gezocht naar software waarin je online kan vergaderen, maar ook naar platforms waarop je met 100 tot 1000 mensen tegelijk in gesprek kan zijn. Dergelijke platforms vereisen, net als bij fysieke bijeenkomsten, dat je met de groep op hetzelfde moment “aanwezig” bent (synchroon). Het kernidee van het ‘oude internet’ staat daar eigenlijk haaks op: ‘anytime, anywhere’. Of in termen van de socioloog Hine: het feit dat er nu juist a-synchroon gewerkt en gedeeld kon worden. Daardoor ook de belangrijkste reden dat tekst-gebaseerde tools (fora, react on article) juist meer mogelijkheden bieden om interactie over een langere tijd te laten doorgaan. Beide vormen van interactie bieden namelijk verschillende kansen om macht uit te oefenen: in tekts-gebaseerde tools zijn vormen van framing mogelijk. Kan je jezelf tot “expert googlen”, kan je verwijzen naar bronnen (van kennis), die je gezag verschaffen. In video-tools is enactment, dominantie en “veel aan het woord zijn” weer een vorm van macht, die we ook van offline bijeenkomsten kennen.

online workshop

Online workshop via Jamboard

In andere woorden: de belangrijkste vraag om jezelf te stellen: welke doorlooptijd  zie je eigenlijk voor je als om het om het online betrekken van mensen gaat? Vind je directe interactie het belangrijkste doel? Dan is een video-platform het meest geschikt: je ziet én hoort directe respons. En is er ook een kans om iets van de emotionele ondertoon boven te krijgen. Als je daarentegen op zoek bent naar participatie, dan lijkt een tekst-georiënteerd medium wellicht beter te passen: dan bied je mensen de kans om na te denken, goede formuleringen te kiezen én te kiezen op welke mensen en meningen wel, en op wie of wat niet gereageerd wordt.

Tot slot: online vaardigheden

Elk digitaal alternatief vraagt specifieke digitale vaardigheden. Zo vraagt een video-gebaseerd platform om uiteenlopende vaardigheden als ‘het goed aan het woord laten van een expert’, de daaropvolgende interactie evenwichtig te kunnen laten verlopen, of om kleine werkvormen, waarmee in kleinere groepjes uiteen gegaan kan worden. En bijvoorbeeld werkvormen om snel en toegankelijk plenair terug te koppelen. In tekst-gebaseerde omgevingen verloopt die “moderatie” weer anders: dat vraagt bijvoorbeeld om vaardigheden, die ervoor zorgen dat de “online etiquette” geborgd blijft.

Volgende keer: waar moet je op letten bij video-based tools? Wordt vervolgd! 

 

Leestip (een oude, maar wel een mooie): Christine Hine ‘Virtual Ethnography’ 

 

Geschreven door

Arnout Ponsioen

partner ANNE - Zwolle - antropoloog en nieuwe media

Ton Baetens

partner - historicus - bestuurskundige & tegendraads