Hans Moors, Lidwien van de Wijngaert en Linda de Veen onderzochten de veiligheid en criminaliteit van de gemeente Almere. Hun boek ‘Criminaliteit en Veiligheid in Almere. Ontwikkelingen, perspectieven en opgaven, 2010-2030’ verscheen 30 juni bij BoomCriminologie. In dit artikel delen de onderzoekers drie inzichten die niet alleen op Almere van toepassing zijn, maar interessant zijn voor elke stad in Nederland. 

Almere is volgens velen een unieke stad. Een tekentafelstad, waar Henk en Lia de Clerk in 1976 als eerste officiële bewoners de sleutel van hun nieuwe huis kregen. Een stad die in de jaren daarna razendsnel zou groeien. Inmiddels is Almere de achtste stad van Nederland, die steeds meer begint te lijken op een ‘gewone’ grote stad en heeft te maken met de bijbehorende problematiek. Hoe kan de gemeente Almere daarmee het beste omgaan? Wat betekent het dat de stad ook de komende periode nog blijft groeien? En wat kunnen andere grote steden leren van het onderzoek naar de ontwikkeling van criminaliteit en veiligheid in Almere? 

1. Integreer veiligheid ook in het ruimtelijke domein 

Veiligheid is binnen gemeenten een eigen thema, al dan niet gecombineerd met openbare orde. Het heeft een eigen ‘koker’, met een eigen afdeling. Dat is ook de status die dit onderwerp verdient.  

Daarnaast zien steeds meer gemeenten het belang van samenwerking met andere domeinen. Denk aan de combinatie van veiligheid en zorg, waar het gaat om mensen die verward gedrag vertonen. Of aan de combinatie veiligheid en onderwijs, waar het bijvoorbeeld gaat om minderjarige daders en slachtoffers. 

Maar criminaliteit en veiligheid speelt als thema óók een rol in het ruimtelijk domein. Denk aan de inrichting van nieuwe wijken, het opknappen van oude wijken en het inrichten van voorzieningen, zoals parken. Hoe zorg je ervoor dat dit niet alleen fysieke veiligheid waarborgt – dus veilige speeltoestellen, robuuste huizen – maar ook bijdraagt aan veiligheidsgevoel of minder (kansen voor) crimineel gedrag? 

Uit de wetenschappelijke literatuur weten we hoe belangrijk het is om veiligheid en criminaliteit niet (alleen) als een thema op zichzelf te benaderen, maar voortdurend oog te houden voor de samenhang ervan met het sociale weefsel en de fysieke gesteldheid van de woonomgeving.  

Wie er in een buurt wonen, wat voor huizen er staan, de verhuismobiliteit, maar ook welke voorzieningen er zijn en hoeveel ruimte bewoners ervaren om zich om hun buurt te bekommeren: het heeft direct of indirect effect op het criminaliteitsniveau en de ervaren veiligheid.  

Je kunt daarbij denken aan het op peil houden van voorzieningen voor jongeren. Bij het bouwen van een wijk sloten de voorzieningen wellicht aan bij ouders met jonge kinderen. Maar een decennium later zijn dat pubers. Sluiten de voorzieningen dan nog steeds aan? Is er bij de inrichting van een park voldoende rekening gehouden met het veiligheidsgevoel van (jonge) vrouwen die hier ’s avonds doorheen lopen? Denk aan straatverlichting, bankjes die in het zicht staan, en aanrijdroutes voor veiligheidsdiensten indien nodig. Belangrijk is dat gemeenten de dynamiek van een wijk goed blijven lezen, met bewoners in gesprek zijn over wat er goed gaat en wat zorgen baart. Het is ook belangrijk dat gemeenten aandacht besteden aan hun onbehagen en onvrede, of aan de enthousiaste plannen om iets te organiseren wat de straat goed doet. Veiligheidsbeleid is een soort van kwaliteitsbeleid. 

2. Maak groei expliciet onderdeel van beleid 

De groei en ontwikkeling van de stad kenmerkt Almere. Het aantal inwoners blijft naar verwachting stijgen, sneller dan in andere Nederlandse steden, hoewel de groei wel afvlakt ten opzichte van eerdere verwachtingen.  

Het is voor alle andere gemeenten die te maken krijgen met groei belangrijk om stil te staan bij wat dat betekent. De groei van een stad zou expliciet en fundamenteel deel moeten uitmaken van het beleid. Want groei betekent niet alleen meer criminaliteit en onveiligheid, maar ook andersoortige criminaliteit. 

Als een stad groeit, dan zou het budget voor criminaliteit en veiligheid moeten meegroeien. Dat vindt niemand een malle redenering. Maar meegroeien betekent in de praktijk per definitie achterlopen op de (criminele) feiten. Eigenlijk vraagt sterke groei dus om een dubbele investering om dit op te vangen. 

In hoeverre een stad groeit en welke ontwikkelingen op het gebied van criminaliteit en veiligheid de komende jaren extra aandacht vergen, kan onderzoek inzichtelijk maken – zoals we in ons onderzoek voor Almere hebben gedaan. In Almere is extra aandacht nodig voor jongeren. Zowel voor (het voorkomen van) jonge aanwas in criminele netwerken, als voor een selecte groep jongeren die mogelijk doorgroeit en steeds ernstiger delicten pleegt. 

Expliciet en fundamenteel meegroeien met de stad betekent bij voorbaat budget vrijmaken. Het is verstandig om daarbij een goed onderbouwd voorstel voor progressieve budgettering te maken. Daar is uiteraard politieke wil en durf voor nodig. 

3. Ontwikkel interventies op persoonlijk, gezins- en familieniveau (en meet hoe ze werken) 

Bij veel vormen van criminaliteit vonden we in de wetenschappelijke literatuur bewijs voor risicofactoren die met persoonlijke kenmerken van daders samenhangen. Denk aan een gebrek aan schuldgevoel, het accepteren van geweld, morele terugtrekking, gebrekkige zelfcontrole, impulsiviteit en beperkte (agressie)regulatie. Ook kenmerken van de (nabije) omgeving zoals het gezin, vriendenkring en kennissen kunnen risicofactoren zijn. Groepsprocessen kunnen verleiden tot crimineel gedrag. Tot slot zijn er indirecte oorzaken die meespelen, zoals problematische sociaaleconomische omstandigheden binnen het gezin en/of binnen de buurt.  

Tegelijkertijd wil het gegeven dat iets een voorspellende factor is, nog niet zeggen dat het ook een verklarende factor is. Kennis over risicofactoren bij crimineel gedrag biedt dan ook geen inzicht in de mechanismen en processen die verantwoordelijk zijn voor de gevonden relaties.  

Het is belangrijk om bij zowel de duiding als de aanpak van criminaliteit en onveiligheid de samenhang tussen de persoon, (nabije) omgeving en maatschappelijke context als uitgangpunt te nemen. Dit pleit voor een integraal en transdisciplinair beleid om criminaliteit tegen te gaan. 

Interventies op persoonlijk niveau, op de dynamiek van gezinnen, familiestructuren en de (nabije) sociale omgeving verdienen expliciete aandacht. Uiteraard met kennisneming van de (lastig te beïnvloeden) doorwerking van indirecte oorzaken en maatschappelijke context.  

Cruciaal daarbij – en vaak vergeten – is om te meten of die interventies werken én hoe ze werken, het liefst samen met professionals in de uitvoering. Zo kunnen betrokkenen ervan leren en kan beleid adaptief worden. 

 

Benieuwd naar meer? 

Mail de onderzoekers Hans Moors, Lidwien van de Wijngaert en/of Linda de Veen. Bestel het boek online of bij de boekhandel.

Gemaakt door

Linda de Veen

linkedin
Foto van Linda de Veen. Linda is een witte vrouw met lang, rood, krullend haar en lichte ogen. Ze heeft een donkergroene colbert aan en een grijs shirt.
ANNE – media-analyse – veiligheid & criminaliteit

Hans Moors

linkedin
Foto van Hans Moors. Hans is een witte man met wit haar en blauwe ogen. Hij heeft een kort baardje en draagt een bril. Hij heeft een overhemd aan dat crèmekleurig is met een bloemenmotief.
filosoof en historicus - scherp en encyclopedisch - partner EMMA

Lidwien van de Wijngaert

Foto van Lidwien van de Wijngaert. Lidwien is een witte vrouw met donkerbruin haar en donkere ogen. Ze heeft haar haren vastgebonden en draagt een roze blouse en een rode colbert.
communicatiewetenschapper - onderzoeker