De Tussenruimte is een sociaal lab, een podium voor onafhankelijk debat en dialoog in Den Haag.

naar de tussenruimte

Tribaliseert de samenleving? Vanuit wetenschappelijk oogpunt is daar geen sprake van, zei WRR-onderzoeker Godfried Engbersen. Maar de tendensen die schrijver en ervaringsdeskundige Babah Tarawally beschreef, deden vermoeden dat het wel die kant op gaat. ‘Rechtsstaat? Gelijke behandeling? Dat is iets voor witte mensen, zeggen ze dan.’

Engbersen zijn stelling is duidelijk: ‘Er is geen sprake van tribalisering.’ Het begrip mag dan het publieke debat zijn ingeslopen -  zoals de recente opmerking van Minister Kaag dat ‘het tribale identiteitsdenken’ terrein wint. En de pro-pieten en anti-pieten die tegenover elkaar staan, of de motorbendes die zich op de eigen clan richten en de anderen bestrijden. Dit zijn tendensen die wat weg hebben van een toenemende stammenstrijd.

‘Maar over het algemeen genomen, kun je hoogstens spreken van een segmenterende samenleving’, waarin groepen zich terugtrekken, stelt Godfried Engbersen op 27 november tijdens de tweede ‘Wie is wij?’ in De Tussenruimte bij EMMA. Engbersen is hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en medeopsteller van het WRR-rapport De Nieuwe Verscheidenheid.

Fluïde bubbels

Uit dat rapport blijkt onder meer dat de Randstad een van de meest heterogene stedelijke gebieden ter wereld is. Den Haag telt bijvoorbeeld 175 nationaliteiten. En ja, die groeiende diversiteit leidt tot minder sociale cohesie en de neiging bij mensen om zich terug te trekken en langs elkaar heen te leven. ‘Maar’, zegt Engbersen ook, ‘de bubbels waarin we vervolgens verkeren, zijn fluïde; we vinden verbondenheid in telkens wisselende, kleine coalities. Dat mag je nog geen tribalisering noemen.’

6z7a3754

‘Wie is dan wij?’ In de zaal is het publiek het er unaniem over eens dat mensen in die fragmenterende samenleving meer dan ooit verlangen naar nieuwe gezamenlijkheid. Wat dat dan moet zijn, is minder helder. Engbersen stelt dat we nog altijd een aantal instituties delen waarin we ons vertrouwen stellen: de seculiere rechtsstaat, de verzorgingsstaat, de parlementaire democratie, kennis op basis van wetenschap. Die vertegenwoordigen die gezamenlijkheid. Maar, voegt Engbersen eraan toe:

‘Dat zijn nou niet de zaken waar ons hart sneller van gaat kloppen. Als het gaat om een overkoepelend verhaal over een gedeelde toekomst, dan is dat ‘wij’ problematisch.’ Met andere woorden: ‘Onze instituties blijven (nog) overeind, maar zijn vooralsnog niet ingesteld op de toenemende diversiteit en ook niet - een andere belangrijke trend – op de grote groei van het tijdelijke verblijf van veel groepen mensen. De overheid maakt daar (nog) geen beleid op.’

'Als het gaat om een overkoepelend verhaal over een gedeelde toekomst, dan is dat ‘wij’ problematisch.’

Geen vertrouwen

Schrijver Babah Tarawally kan dat volmondig beamen. Hij kwam 23 jaar geleden uit Sierra Leone als vluchteling aan in Nederland. ‘Ik werd opgevangen, maar niet ontvangen.’ In zijn nieuwe boek 'Gevangen in zwart-witdenken', beschrijft Tarawally hoe hij, koud in Nederland, voor het eerst van zijn leven geconfronteerd werd met de kleur van zijn huid. Een zevenjarig verblijf in azc’s door heel Nederland leerde dat het onderscheid dat asielzoekers onderling maken, in ieder geval behoorlijk tribaal is.

Tarawally: ‘Begrippen zoals rechtsstaat en gelijke behandeling – daar hebben nieuwkomers doorgaans geen vertrouwen in. Dat is iets voor witte mensen, zeggen ze dan. En dat is begrijpelijk. Discriminatie en ongelijkheid bestaan. Ik wilde studeren. Iedereen – zwart en wit – zei: Wat denk je wel? Ga werken. Ga schoonmaken. Ik ben een uitzondering.’

img_0885

Hij vervolgt: ‘Nieuwkomers zitten dankzij internet 60 procent van hun tijd met hun hoofd in het land waar ze vandaan komen. En de generatie migrantenkinderen, die hier geboren is, is boos omdat ze tussen wal en schip vallen. Ze worden hier, noch daar, voor vol aangezien en ageren tegen instituten zoals zwarte piet. Wat ik zorgelijk vind, is dat de activistische stemmen de overhand lijken te krijgen. Het midden is veel te stil.’

Lokaal niveau

Hoe verder?   

Het gesprek verloopt in opperbeste stemming, maar inhoudelijk komen Engbersen en Tarawally niet veel nader tot elkaar. Telkens als de schrijver zegt: ja, maar dit is toch duidelijk aan de hand (bijvoorbeeld: de Turkse middenstander die verplicht moet afdragen aan de Grijze Wolven), dan nuanceert de wetenschapper: ja, maar dit is ook aan de hand en het valt wel mee. Wel zijn ze het erover eens dat de toenemende ongelijkheid een groot probleem is. ‘De werkelijke splijtzwam’, zegt Engbersen. Voldoende mogelijkheden om je (sociaal-) economisch te ontplooien, zijn een belangrijke - zo niet de belangrijkste - manier om polarisatie te bestrijden.   

Van een verbindend verhaal op nationaal niveau gecentreerd rond vlag en volkslied heeft niemand hoge verwachtingen. ‘Dat moet op lokaal niveau gebeuren’, zegt Engbersen. Tarawally beaamt dat: ‘Juridisch gezien ben ik Nederlander. Maar ik voel me dat niet. Ik voel me Lombokker (wijk in Utrecht, red.). Daar word ik gezien als mens.’

+++

De volgende aflevering van de debatserie 'Wie is wij? De paradoxale samenleving' is op 11 december om 15:00u. De minister verlangt steeds meer beleidsdiscipline. De burger verlangt co-creatie in de weerbarstige praktijk. Door wie laat de ambtenaar zich leiden?

Met Hoogleraar bestuurskunde Paul ’t Hart, schrijver van het boek Dienen en Beïnvloeden en Guido Rijnja, communicatie-expert van het ministerie van Algemene Zaken. Meld je hier aan.

Geschreven door

Eduard van Holst Pellekaan

journalist – bladenmaker & websitebedenker

Bas Mesters

programmamaker - De Tussenruimte - journalist

Inspiratie over Stad en Land?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.