Het gaat al eeuwen over hoe mannen en vrouwen zich tot elkaar moeten verhouden. Zo bezien is aan #MeToo een lange geschiedenis voorafgegaan. Sinds François Poullain de la Barre in 1673 in een scherp boekje schreef dat 'de geest geen geslacht heeft' (“l’esprit n’a point de sexe”), is het onderwerp eigenlijk niet meer van de filosofische en politieke agenda af geweest.

Niet dat het dagelijks onderwerp van gesprek was, zoals tegenwoordig. Maar voor radicale denkers – en dat waren tot ver in de twintigste eeuw vrijwel altijd democratische denkers – stond als een paal boven water dat de maatschappelijke relatie tussen mannen en vrouwen het thema van de vooruitgang was. Hierover publiceerde ik eind 2018 twee artikelen in een Belgische studie over de geschiedenis van vrouwen in de negentiende en twintigste eeuw. 

Want als mannen en vrouwen, zoals Poullain de la Barre stelde, ondanks verschillende hardware, over dezelfde goede cognitieve en creatieve software beschikken, dan was het toch op zijn minst best mal dat mannen in het dagelijkse leven en werken de boventoon voerden. Dat moest toch op z’n minst gezien en erkend worden, liefst ging er ook iets in veranderen.

In de negentiende eeuw, toen de eerste moderne vormen van regeren, zoals de parlementaire democratie, werden uitgeprobeerd, kreeg het maatschappelijke debat over sekseverhoudingen geleidelijk meer weerklank. Eerst waren het ideeënwisselingen in kleine kring, voorlopers uit radicaal-liberale en vrijzinnige hoek, die er in hun dikwijls efemere krantjes en pamfletten over schreven. Met een enkele vrouwenstem, ook toen al. Vanaf de jaren 1860, de tijd van de zogenoemde Eerste feministische golf, kreeg het denken over man-vrouw verhoudingen breder aandacht. Er kwam – voor mannen en vrouwen – meer toegang tot politieke macht, omdat het kies- en stemrecht werd uitgebreid.

Het beroemdste essay uit de feministische geschiedenis van Nederland is zonder twijfel ‘Het onbehagen van de vrouw’. Joke Kool-Smit publiceerde het in 1967 in De Gids. Vrijwel onmiddellijk werd het in de net niet okselfrisse sfeer van radicaal-linkse mannendeemstering gecanoniseerd. Maar het stuk gaat niet zozeer over mannen of vrouwen, wel over de relatie tussen die twee. En als het al tegen een van beide seksen gericht is, dan eerder tegen de ‘lusteloosheid’ van de Nederlandse vrouw.

Voor Joke Kool-Smit stonden mannen de gelijkwaardige ontplooiing van vrouwen niet in de weg: “De sleutel tot dit verschijnsel ligt bij de huidige vorm van het huwelijk.” En dan vooral met kinderen erbij. Net als Simone de Beauvoir voor haar, en de radicale denkers uit de negentiende-eeuwse vroeg-socialistische en vrijdenkersbewegingen, zag zij opleiding, werk en economische zelfstandigheid als de motor van emancipatie (en de normalisatie van de sekseverhoudingen).

Sinds 2000 wordt er tweejaarlijks een Emancipatiemonitor gepubliceerd. Uit de Emancipatiemonitor en andere landelijke onderzoeken blijkt dat vrouwen geen prangende behoefte hebben om meer te gaan werken. Ook al zijn jonge vrouwen tegenwoordig gemiddeld veel hoger opgeleid dan jonge mannen en is er met hun kansen op de arbeidsmarkt niets mis. Veel vrouwen zeggen dat ze er bewust voor kiezen om die kansen niet of maar deels te benutten. En dat vinden mannen wel prima. Vrouwen willen vrij zijn om te doen en laten wat ze willen. Werk is ook maar een dingetje. Daar hebben ze een punt. Maar voor mannen is die vrijheid vandaag de dag niet zo vanzelfsprekend.

Anders is dat "het zelf" op de voorgrond treedt. En zich moreel superieur begint te gedragen.

We zijn nu ongeveer 350 jaar na Poullain de la Barre. En in 2019 herdenken we 100 jaar kiesrecht voor vrouwen. Er is veel veranderd. Maar niet zozeer in de grondslagen van het denken over hoe mannen en vrouwen samen de wereld runnen. Het opleidingsniveau groeit over de hele linie gelukkig nog steeds. De economie is op stoom, er is veel werk. En dat is nog steeds ongelijk verdeeld tussen mannen en vrouwen. Net als de beloning ervoor, soms althans. Het gaat nog steeds best veel over verschillen.

Anders is dat ‘het zelf’ op de voorgrond treedt. En zich moreel superieur begint te gedragen. Kiezen wat je zelf wilt, is gemeengoed. Het gaat over identiteit: wie je echt bent, in de ogen van de wereld. Een wereld die altijd zichtbaar is en present via ‘social’. (Tenzij om energie te sparen de ‘mobielloze zondag’ wordt ingevoerd – wie durft?). Massaal staan we op scherp om een ander en plein public te veroordelen. De nieuwe volkssport voor mannen en vrouwen – met net iets vaker mannen op het schavot dan vrouwen. Er is per slot van rekening veel veranderd.

Referenties

Hans Moors (2018). ‘Libre Pensée’ (p. 328-332). In: E. Gubin & C. Jacques (Eds.), l’Encyclopédie d’histoire des femmes (Belgique, 19e-20e siècles). Bruxelles: Racine.

Hans Moors (2018). ‘Socialismes utopiques (XIXe s.)’ (p. 536-538). In: E. Gubin & C. Jacques (Eds.), l’Encyclopédie d’histoire des femmes (Belgique, 19e-20e siècles). Bruxelles: Racine.

Geschreven door

Hans Moors

partner - filosoof en historicus - scherp en encyclopedisch - verbindend

Inspiratie over Zorg en Samenleven?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.